Christelijke kinderopvang heeft een grote prijs

Website BBMV (25)
Leestijd: 4 minuten

Onlangs opende christelijk-reformatorische kinderopvangorganisatie Elorah haar vijftigste vestiging. De organisatie groeit hard en voorziet blijkbaar in een behoefte. Er worden nu door Elorah zo’n 2000 kinderen opgevangen. Is dit iets om dankbaar voor te zijn? Of is het vooral zorgwekkend?

‘Reformatorische ouders omarmen kinderopvang Elorah’, kopte het RD onlangs (RD 17-4). Wat volgde was een positief getoonzet verhaal waarmee de organisatie ongetwijfeld blij zal zijn. Eerst wordt een fijne sfeerimpressie gegeven waarin vooral het christelijke gehalte wordt benadrukt. ‘Maandelijks leren kinderen op de peutergroep een psalm en een christelijk lied’.

Normaal verschijnsel geworden

Daarna volgen gesprekjes met drie moeders, die erg te spreken zijn over Elorah. ‘Je zoontje van vijf maanden oud bij de dagopvang brengen, is eerst toch wel even slikken’, bekent een van hen eerlijk. Maar gelukkig viel het uiteindelijk toch mee. ‘De juffen vertelden in het verslag en met foto’s op de app of hij kort of lang had geslapen en of zijn luier was verwisseld. Die informatie is heel prettig, als je kindje zo klein is.’ Kinderopvang blijkt een ‘win-win’ te zijn. Een moeder kan het combineren met een baan, en haar zoontje gaat huppelend naar de opvang.

De groei van Elorah laat zien dat tweeverdienerschap onder refo’s tamelijk gewoon is geworden. Refo-ouders zijn vermoedelijk wat terughoudender dan andere ouders. Met name wanneer het gaat om het aantal dagen per week dat men kinderen naar de opvang brengt. Maar voor het overige is gebruik van kinderopvang een normaal verschijnsel geworden.

Geen neutrale ontwikkeling

Dat dit geen neutrale ontwikkeling is, blijkt uit het kaderartikel dat het RD plaatste waarin een beleidsadviseur en een orthopedagoog van VBSO/KOC reageren. Zij benadrukken dat – als het financieel gezien noodzakelijk is dat beide ouders werken – opvang in de familiekring het mooiste is, en dus de voorkeur verdient boven een organisatie als Elorah. Bovendien wordt het belang van hechting met ouders in de eerste twee jaar van een kind benadrukt. Het lijkt me dat dit voorzichtig is uitgedrukt.

Allerlei redenen

Uiteraard is het wel belangrijk om recht te doen aan nuances. Alleenstaande moeders die moeten werken om de kost te verdienen, en geen beroep kunnen doen op de familie, zijn begrijpelijk blij met zoiets als Elorah. Dat geldt ook voor de niet-werkende moeder met een druk gezin die het een uitkomst vindt om een peuter van drie twee ochtenden naar een opvang te kunnen brengen. Of de moeder die een arbeidsongeschikte man heeft en daarom buitenshuis aan de bak moet. Of de weduwnaar die er alleen voor staat.

De grote groei van Elorah laat zich echter niet verklaren door gezinnen in dergelijke omstandigheden. Die komt meer van echtparen die er bewust voor kiezen dat de moeder, al dan niet parttime, gaat werken. Daarbij  spelen diverse overwegingen een rol: het inkomen dat nodig is om hypotheek en gewenste levensstandaard te kunnen dragen, de behoefte om opleiding en talent te benutten, de opvatting dat het saai en geestdodend is om fulltime thuismoeder te zijn, en dat werk buitenshuis dan helpt om het te kunnen volhouden, en de wens om een bijdrage te leveren aan personeelstekorten in het onderwijs en de zorg.

De prijs van kinderopvang

Dat lijken, althans ten dele, plausibele redenen. Het probleem met deze overwegingen is echter dat niet wordt meegerekend welke prijs ervoor betaald wordt.

Dat geldt maatschappelijk. Kinderopvang kost de Nederlandse staat in directe zin ruim 5.5 miljard per jaar. Dat is echter nog maar het begin. Mensen die in de kinderopvang werken (ruim 130.000 professionals) zijn niet beschikbaar om ander werk te doen, bijvoorbeeld in het onderwijs of in de zorg, waar grote personeelstekorten bestaan. Ouders die beiden (deels) werken hebben minder ruimte voor het verlenen van mantelzorg, wat leidt tot toenemend beslag op professionele zorg. Groeiende afwezigheid van ouders leidt bovendien tot toenemende vraag naar jeugdzorg, en de noodzaak van extra ondersteuning op school. Ook is er een verband tussen afwezigheid van ouders en toenemende verslaving aan middelen onder jongeren. Het gaat dus niet alleen om geld. Het gaat ook om maatschappelijke ontwrichting die hierdoor mede in de hand gewerkt wordt.

Een bestuurder uit het voortgezet onderwijs vatte het als volgt samen: ‘Onze middelbare scholen gaan gebukt onder de zorgvraag van leerlingen die het leven niet aankunnen, omdat ze thuis niet of onvoldoende worden opgevangen, terwijl hun moeders voor de klas staan (zelfs in de scholen waar hun kinderen ontsporen).’

Onverdeelde moederlijke zorg

Maar er staat veel meer op het spel, dat zich bovendien niet in bedragen laat uitdrukken. Ik doel dan op de mogelijke schade aan zielen van kinderen. Wanneer beide ouders geheel of gedeeltelijk werken, en kinderen daarom al op jonge leeftijd naar een kinderopvang gaan, kan dit schadelijke gevolgen hebben voor hun geestelijke ontwikkeling.

Het nakomen van onze doopbelofte is zoveel meer dan het (laten) vertellen van een verhaal uit de Bijbel en het leren van een psalm of lied. Het opvoeden van kinderen in de vreze des Heeren is de belangrijkste verantwoordelijkheid die moeders én vaders hebben in het leven, naast de zorg voor hun eigen zielen. Kinderen zijn een geschenk van de Heere! Dat vraagt liefdevolle, dagelijkse toewijding en aanwezige ouders. Dat vraagt om een warm huis. En dat vraagt onverdeelde moederlijke zorg voor de kinderen.

Dat geldt al helemaal op jonge leeftijd. David kon zeggen dat hij had geleerd om zijn vertrouwen op God te stellen, ‘zijnde aan de borsten van zijn moeder’ (Psalm 22:10). Juist de eerste levensjaren zijn zo kostbaar! Mozes en Samuël kwamen al op jonge leeftijd in een goddeloze omgeving terecht. Zij hadden de Heere echter al leren dienen in de jaren ervoor. Die waren beslissend geweest.

En vaders dan?

Moeders hebben hierbij temeer een grote rol, omdat het de gewone Bijbelse opdracht van vaders is de kost te verdienen. Sinds de industriële revolutie betekent dit vaak dat zij hun werk buitenshuis moeten doen.

Meer in het algemeen: mannen ontvingen van de Heere de gaven om te leiden, arbeiden, voorzien, strijden en beschermen. Vrouwen kregen de Goddelijke gaven om te baren, voeden, verzorgen, helpen, dienen en ondersteunen. Dat is het Bijbelse grondpatroon naar Gods goede scheppingsorde. Dat is ook het grondpatroon zoals dit tot uiting komt in het klassieke huwelijksformulier. De man wordt voorgehouden om ‘getrouwelijk en naarstiglijk’ in zijn Goddelijk beroep te arbeiden, zodat hij zijn huisgezin met God en met ere kan onderhouden. De vrouw wordt aangespoord om haar man ‘in alle goede en oprechte dingen behulpzaam te zijn, en op haar huishouding goede acht te hebben’. Uiteraard betekent dit niet dat echtparen in alle omstandigheden tot precies dezelfde keuzes zullen komen. Een ondernemersechtpaar met een bedrijf aan huis kan tot andere keuzes komen dan het echtpaar waarvan de man veel voor zijn werk op pad is.

De uitgangspunten blijven echter dezelfde. Ouders die zich door genade met vreugde en toewijding voegen naar deze Bijbelse patronen, ontvangen door genade een onbetaalbare zegen: een huis waar liefde woont, en een godvruchtig nageslacht, waarin de Heere werkt van kind tot kind.

Ook interessant

Scherm uit, gezin aan

Door intensief schermgebruik verdwijnt er iets kostbaars: gezamenlijk leven en geestelijke bezinning. Daarom ‘scherm uit, gezin aan’.

Commentaar: Bescherm het Bijbelse gezin!

Wat is de overeenkomst tussen de volgende ontwikkelingen? Kinderen van 12 jaar mogen zich laten vaccineren zonder toestemming van hun ouders. Mannen