Leestijd: 4 minuten
De richtlijnen voor de transgenderzorg in Nederland (het Dutch Protocol) zijn inmiddels zeer omstreden. De Tweede Kamer heeft de Gezondheidsraad om advies gevraagd. Een hoogleraar concludeert echter in het Nederlandse Juristenblad dat de commissie die de Gezondheidsraad heeft ingesteld om de adviesaanvraag te beantwoorden, niet onafhankelijk en onbevangen genoeg is voor een objectief oordeel. En critici van het protocol krijgen te horen dat hun kritiek hun verdere loopbaan zal schaden.
Het Dutch Protocol staat ter discussie. Dit protocol is ontworpen aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, pionier op het gebied van de transzorg. Het gold lange tijd als een voorbeeldige richtlijn voor de medische behandeling van jongeren met genderdysforie. Het gaat hier om jongeren die worstelen met de vraag of zij man of vrouw zijn of die er op basis van hun gevoel van overtuigd zijn geraakt dat zij weliswaar als jongen zijn geboren maar zich een meisje voelen (of andersom). In het protocol stond voorop dat de ervaren discrepantie tussen geslacht en gender erkenning (‘affirmatie’) verdiende. Dit gaat dus over de worsteling tussen het biologische geslacht en de ervaring van het man- of vrouw-zijn (‘ben ik wel in het goede lichaam geboren?’).
Daarna kwam het aan op een behandeling om geboortegeslacht en ervaren gender met elkaar in overeenstemming te brengen. Dit werd gedaan via puberteitsblokkers (die de ontwikkeling van secundaire geslachtskenmerken afremt) en cross-sekse hormonen (de hormonen van het ‘wensgeslacht’). Daarna konden operaties worden uitgevoerd om geslacht en gender met elkaar in overeenstemming te brengen. Het Dutch Protocol gold als zo doordacht en voorbeeldig dat genderklinieken in tal van andere landen het overnamen.
Trechter
De twijfel, die via de media ook de politiek bereikte, sloeg al toe nadat wetenschappelijk onderzoek had gesuggereerd dat achter genderdysforie een heel andere psychisch-sociale problematiek kon schuilgaan. Ook zou de ervaren dysforie in zo’n 80 procent van de gevallen vanzelf weer overgaan. Het was dus heel goed mogelijk dat tal van kwetsbare jongeren onnodig een medisch traject met zo goed als onherstelbare gevolgen ingingen. Beter dan die ‘affirmatie’ was daarom een houding van ‘watchful waiting’, van begeleiding en psychologische hulpverlening. Die twijfel werd nog sterker toen een documentaire van Zembla (BNN VARA, dus in dit verband onomstreden) in oktober 2023 duidelijk maakte dat dit protocol niet op wetenschappelijk bewijs steunde. In landen als het Verenigd Koninkrijk, Finland, Denemarken, Nieuw-Zeeland en Zweden zijn behandelingen op basis van het Dutch Protocol inmiddels aan banden gelegd.
De Britse Cass Review uit april 2024 concludeerde dat de behandeling met puberteitsremmers geen ‘neutrale pauzestand’ creëert om jongeren in alle rust tot een weloverwogen beslissing te laten komen. De behandeling functioneert veelal als een ‘trechter die de beslissing tot transitie feitelijk naar de (vroege) puberteit verplaatst’. Immers, vrijwel alle jongeren die aan puberteitsremmers beginnen, gaan door naar cross-seksehormonen en andere onomkeerbare ingrepen. Bovendien wijst onderzoek uit dat de behandeling met puberteitsremmers een negatieve invloed op de ontwikkeling van de hersenen van kinderen kan hebben. Op grond van deze Cass Review is de Londense Tavistock-kliniek, de grootste instelling ter wereld voor transgenderzorg aan jongeren, gesloten.
Transgenderwet
Het onderwerp was en is om meerdere redenen relevant. In de eerste plaats melden zich ieder jaar immers honderden jongeren (vooral meisjes) bij de genderkliniek van het Amsterdam UMC (de fusie van VU en AMC). Krijgen zij wel de goede zorg? In de tweede plaats vond in het Nederlandse parlement de behandeling plaats van de Transgenderwet. Deze wet werd uiteindelijk op 2 juli 2025 ingetrokken. Er was in de Tweede Kamer niet zo maar een meerderheid voor, nadat alle twijfel ook de dames en heren politici had bereikt. Er bestaan inmiddels plannen, aangekondigd door de Partij voor de Dieren, om de Transgenderwet alsnog in te dienen. Het is daarom van meer dan wetenschappelijk en ook van sociaal en politiek belang, om vast te stellen hoe aanbevelenswaardig de veelal gevolgde methode in de transzorg (officieel Kwaliteitsstandaard Transgenderzorg geheten) nu in feite is.
Om over die vraag helderheid te verkrijgen heeft de Tweede Kamer in mei 2024 aan de Gezondheidsraad een advies gevraagd. Zij moeten uitspraak doen over de juridisch en medisch-wetenschappelijke basis van het Dutch Protocol. De kwestie is immers hoogst relevant en urgent. Het gaat bij de transgenderzorg om besluiten die de levensloop van (vooral) kwetsbare, minderjarige meisjes diepgaand beïnvloeden. Die vraag leidde (in februari vorig jaar) tot de instelling van een Commissie Transgenderzorg voor jongeren. Die moet dit voorjaar een ‘onafhankelijk en objectief’ rapport uitbrengen. In het Nederlandse Juristenblad van 19 december jl. heeft Lodewijk Smeehuijzen, hoogleraar privaatrecht aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, een artikel gepubliceerd waarin hij nagaat of deze advisering door de Gezondheidsraad aan de eisen voldoet van ‘onafhankelijkheid en zorgvuldigheid die voor dit type advisering gelden’.
Belangenverstrengeling
Smeehuijzen concludeert dat er bij de samenstelling van de commissie sprake is van belangenverstrengeling. Zes van de twaalf leden zijn direct of indirect betrokken bij het voorschrijven of toedienen van puberteitsremmers en cross-seksehormonen. Twee leden bekleden leidinggevende posities binnen de uitvoering van het Dutch Protocol en zijn als ‘deskundigen’ aan de commissie verbonden. Acht van de twaalf leden beoordelen dus hun eigen praktijk en die van directe collega’s. Zij allen zullen ertoe geneigd zijn de conclusie te voorkomen dat de bestaande praktijk van de transgenderzorg in strijd is met het recht en niet conform de medisch-wetenschappelijke standaard.
De enige jurist die deel uitmaakt van de commissie, heeft samen met een collega van het LUMC kritische artikelen geschreven over mensen die het niet eens waren over de behandeling van mensen met genderdysforie. Smeehuijzen concludeert dan ook dat ‘het lastig is om te verdedigen dat de commissie als geheel voldoende afstand en onbevangenheid bezit om een geloofwaardig oordeel te vellen’.
Exemplarisch
Smeehuijzen voegt hieraan toe dat zijn conclusie ‘exemplarisch is voor de wijze waarop in Nederland met de regulering rond puberteitsremmers wordt omgesprongen. De behandeling met puberteitsremmers wijkt af van gangbare wetenschappelijke normen. Een open debat over deze omstreden interventie is in Nederland niet mogelijk, stelt hij. Dat is niet alleen omdat de data niet toegankelijk worden gesteld, maar ook omdat het debat ‘sociaal en institutioneel risicovol’ is. Dat wil zeggen: deelname aan het debat is voor deskundigen hoogst onaantrekkelijk, omdat hun inbreng vaak in verband wordt gebracht met politieke standpunten. Bovendien kan een kritisch geluid tot ‘institutionele repercussies’ leiden. Een wetenschapper die wilde meewerken aan de hierboven genoemde Zembla-documentaire kreeg intern te horen dat die deelname zijn verdere loopbaan kon schaden. Alle critici van het gangbare beleid zijn op een website gelabeld als ‘anti-transgender activisten’.
Het is schokkend om dit alles te lezen: over de belangenverstrengeling en de cultuur waarin debat niet mogelijk is, en dat bij een onderwerp dat ieder jaar honderden kwetsbare jongeren betreft. Terecht concludeert Smeehuijzen dat de beoordeling van de bestaande praktijk zorgvuldig en onafhankelijk moet zijn. Hij noemt dat zelfs een ‘rechtstatelijk vereiste’.
Nu maar hopen dat de Kamerleden die de Transgenderwet opnieuw willen indienen, goede nota van deze conclusies zullen nemen en van hun voornemen zullen afzien.
Beoordeling Transgenderzorg in handen belanghebbenden
De richtlijnen voor de transgenderzorg in Nederland (het Dutch Protocol) zijn inmiddels zeer omstreden. De Tweede Kamer heeft de Gezondheidsraad om advies gevraagd. Een hoogleraar concludeert echter in het Nederlandse Juristenblad dat de commissie die de Gezondheidsraad heeft ingesteld om de adviesaanvraag te beantwoorden, niet onafhankelijk en onbevangen genoeg is voor een objectief oordeel. En critici van het protocol krijgen te horen dat hun kritiek hun verdere loopbaan zal schaden.
Het Dutch Protocol staat ter discussie. Dit protocol is ontworpen aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, pionier op het gebied van de transzorg. Het gold lange tijd als een voorbeeldige richtlijn voor de medische behandeling van jongeren met genderdysforie. Het gaat hier om jongeren die worstelen met de vraag of zij man of vrouw zijn of die er op basis van hun gevoel van overtuigd zijn geraakt dat zij weliswaar als jongen zijn geboren maar zich een meisje voelen (of andersom). In het protocol stond voorop dat de ervaren discrepantie tussen geslacht en gender erkenning (‘affirmatie’) verdiende. Dit gaat dus over de worsteling tussen het biologische geslacht en de ervaring van het man- of vrouw-zijn (‘ben ik wel in het goede lichaam geboren?’).
Daarna kwam het aan op een behandeling om geboortegeslacht en ervaren gender met elkaar in overeenstemming te brengen. Dit werd gedaan via puberteitsblokkers (die de ontwikkeling van secundaire geslachtskenmerken afremt) en cross-sekse hormonen (de hormonen van het ‘wensgeslacht’). Daarna konden operaties worden uitgevoerd om geslacht en gender met elkaar in overeenstemming te brengen. Het Dutch Protocol gold als zo doordacht en voorbeeldig dat genderklinieken in tal van andere landen het overnamen.
Trechter
De twijfel, die via de media ook de politiek bereikte, sloeg al toe nadat wetenschappelijk onderzoek had gesuggereerd dat achter genderdysforie een heel andere psychisch-sociale problematiek kon schuilgaan. Ook zou de ervaren dysforie in zo’n 80 procent van de gevallen vanzelf weer overgaan. Het was dus heel goed mogelijk dat tal van kwetsbare jongeren onnodig een medisch traject met zo goed als onherstelbare gevolgen ingingen. Beter dan die ‘affirmatie’ was daarom een houding van ‘watchful waiting’, van begeleiding en psychologische hulpverlening. Die twijfel werd nog sterker toen een documentaire van Zembla (BNN VARA, dus in dit verband onomstreden) in oktober 2023 duidelijk maakte dat dit protocol niet op wetenschappelijk bewijs steunde. In landen als het Verenigd Koninkrijk, Finland, Denemarken, Nieuw-Zeeland en Zweden zijn behandelingen op basis van het Dutch Protocol inmiddels aan banden gelegd.
De Britse Cass Review uit april 2024 concludeerde dat de behandeling met puberteitsremmers geen ‘neutrale pauzestand’ creëert om jongeren in alle rust tot een weloverwogen beslissing te laten komen. De behandeling functioneert veelal als een ‘trechter die de beslissing tot transitie feitelijk naar de (vroege) puberteit verplaatst’. Immers, vrijwel alle jongeren die aan puberteitsremmers beginnen, gaan door naar cross-seksehormonen en andere onomkeerbare ingrepen. Bovendien wijst onderzoek uit dat de behandeling met puberteitsremmers een negatieve invloed op de ontwikkeling van de hersenen van kinderen kan hebben. Op grond van deze Cass Review is de Londense Tavistock-kliniek, de grootste instelling ter wereld voor transgenderzorg aan jongeren, gesloten.
Transgenderwet
Het onderwerp was en is om meerdere redenen relevant. In de eerste plaats melden zich ieder jaar immers honderden jongeren (vooral meisjes) bij de genderkliniek van het Amsterdam UMC (de fusie van VU en AMC). Krijgen zij wel de goede zorg? In de tweede plaats vond in het Nederlandse parlement de behandeling plaats van de Transgenderwet. Deze wet werd uiteindelijk op 2 juli 2025 ingetrokken. Er was in de Tweede Kamer niet zo maar een meerderheid voor, nadat alle twijfel ook de dames en heren politici had bereikt. Er bestaan inmiddels plannen, aangekondigd door de Partij voor de Dieren, om de Transgenderwet alsnog in te dienen. Het is daarom van meer dan wetenschappelijk en ook van sociaal en politiek belang, om vast te stellen hoe aanbevelenswaardig de veelal gevolgde methode in de transzorg (officieel Kwaliteitsstandaard Transgenderzorg geheten) nu in feite is.
Om over die vraag helderheid te verkrijgen heeft de Tweede Kamer in mei 2024 aan de Gezondheidsraad een advies gevraagd. Zij moeten uitspraak doen over de juridisch en medisch-wetenschappelijke basis van het Dutch Protocol. De kwestie is immers hoogst relevant en urgent. Het gaat bij de transgenderzorg om besluiten die de levensloop van (vooral) kwetsbare, minderjarige meisjes diepgaand beïnvloeden. Die vraag leidde (in februari vorig jaar) tot de instelling van een Commissie Transgenderzorg voor jongeren. Die moet dit voorjaar een ‘onafhankelijk en objectief’ rapport uitbrengen. In het Nederlandse Juristenblad van 19 december jl. heeft Lodewijk Smeehuijzen, hoogleraar privaatrecht aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, een artikel gepubliceerd waarin hij nagaat of deze advisering door de Gezondheidsraad aan de eisen voldoet van ‘onafhankelijkheid en zorgvuldigheid die voor dit type advisering gelden’.
Belangenverstrengeling
Smeehuijzen concludeert dat er bij de samenstelling van de commissie sprake is van belangenverstrengeling. Zes van de twaalf leden zijn direct of indirect betrokken bij het voorschrijven of toedienen van puberteitsremmers en cross-seksehormonen. Twee leden bekleden leidinggevende posities binnen de uitvoering van het Dutch Protocol en zijn als ‘deskundigen’ aan de commissie verbonden. Acht van de twaalf leden beoordelen dus hun eigen praktijk en die van directe collega’s. Zij allen zullen ertoe geneigd zijn de conclusie te voorkomen dat de bestaande praktijk van de transgenderzorg in strijd is met het recht en niet conform de medisch-wetenschappelijke standaard.
De enige jurist die deel uitmaakt van de commissie, heeft samen met een collega van het LUMC kritische artikelen geschreven over mensen die het niet eens waren over de behandeling van mensen met genderdysforie. Smeehuijzen concludeert dan ook dat ‘het lastig is om te verdedigen dat de commissie als geheel voldoende afstand en onbevangenheid bezit om een geloofwaardig oordeel te vellen’.
Exemplarisch
Smeehuijzen voegt hieraan toe dat zijn conclusie ‘exemplarisch is voor de wijze waarop in Nederland met de regulering rond puberteitsremmers wordt omgesprongen. De behandeling met puberteitsremmers wijkt af van gangbare wetenschappelijke normen. Een open debat over deze omstreden interventie is in Nederland niet mogelijk, stelt hij. Dat is niet alleen omdat de data niet toegankelijk worden gesteld, maar ook omdat het debat ‘sociaal en institutioneel risicovol’ is. Dat wil zeggen: deelname aan het debat is voor deskundigen hoogst onaantrekkelijk, omdat hun inbreng vaak in verband wordt gebracht met politieke standpunten. Bovendien kan een kritisch geluid tot ‘institutionele repercussies’ leiden. Een wetenschapper die wilde meewerken aan de hierboven genoemde Zembla-documentaire kreeg intern te horen dat die deelname zijn verdere loopbaan kon schaden. Alle critici van het gangbare beleid zijn op een website gelabeld als ‘anti-transgender activisten’.
Het is schokkend om dit alles te lezen: over de belangenverstrengeling en de cultuur waarin debat niet mogelijk is, en dat bij een onderwerp dat ieder jaar honderden kwetsbare jongeren betreft. Terecht concludeert Smeehuijzen dat de beoordeling van de bestaande praktijk zorgvuldig en onafhankelijk moet zijn. Hij noemt dat zelfs een ‘rechtstatelijk vereiste’.
Nu maar hopen dat de Kamerleden die de Transgenderwet opnieuw willen indienen, goede nota van deze conclusies zullen nemen en van hun voornemen zullen afzien.
Dr. B.J. Spruyt
Ook interessant
Genderideologie in het licht van de Bijbel
Er zijn twee nieuwe woorden die ineens overal opduiken: genderneutraliteit en transgenderisme. Laten we niet denken dat we met deze termen niets
Kan Christen- en LHBT-er zijn samengaan?
Kan christen- en LHBTQ-er zijn samengaan? Een belangrijke vraag! In deze zesdelige serie gaat apologeet Arne Verster diep in op deze vraag.
Bewijs voor ROGD! Gendertwijfel begint vaak bij tieners
Wanneer ontstaat genderdysforie? Volgens de ROGD-theorie begint dit bij veel jongeren pas in de puberteit. En daar is bewijs voor…
Behandeling voor ‘genderincongruentie’: succes gegarandeerd
Behandelingen voor genderincongruentie zijn altijd succesvol. Als iemands borsten verwijderd moeten worden, dan kan dat. Nevenschade telt niet mee.
Beantwoording vragen appelavond
Tijdens de appelavond in Veenendaal (3 apr. 2024) konden niet alle vragen beantwoord worden. Op onderstaande vragen hebben we schriftelijk een antwoord
Thuis is meer dan een huis
Zonder verzoening is het leven naar Gods geboden leeg
Beoordeling Transgenderzorg in handen belanghebbenden
GROK onder vuur vanwege creëren seksuele afbeeldingen
Het huisvrouwensyndroom kent nog een andere oplossing. Kijk naar boven
Populaire artikelen
Wekelijkse nieuwsbrief ontvangen?
Bijeenkomsten
14 januari 2026 / 14 januari 2026
20 februari 2026 / 21 februari 2026