Jongeren over het leven in een keet (deel I)

View of a group of people clinking glasses with beer
Leestijd: 3 minuten

ONTSTELLENDE PRAKTIJKEN OP ZATERDAGAVOND

Waarom we naar de keet gaan? Om lol te hebben. Onszelf te zijn. Om gratis peuken. En omdat we toch niets te verliezen hebben.” Drie jonge reformatorische meiden uit de Randstad delen hun belevenissen. Ze vertellen hoe ze zondagochtend moeten vechten om niet te knikkebollen in de kerk. Aan het eind blijft er één wat treuzelen. Als de twee anderen ver genoeg weg zijn, breekt ze. „Ik voel me waardeloos.” Een ontstellend gesprek over de kloof tussen keet en kerk. En de verwoestende leegte die achterblijft.

Keten. Een bekend fenomeen onder jongeren. Ooit begonnen op het erf ‘van de vader van een vriend’ met een krat bier op tafel. Want vader moest er niet aan denken dat zijn kinderen ‘de wereld ingaan’ en de kroeg bezoeken op zaterdagavond.
Van het één kwam het ander. Er kwamen meer vrienden. Vriendinnen. Bier, zwaardere drank, mixen. Sigaretje, blowen, drugs. Een zoen, ontstellende praktijken.
Een matrasje achter een stapel lege kratten, dat daar met een duidelijk doel ligt en niet ongebruikt blijft. Drie jonge studentes vertellen van ‘de lijst’. Daarop staan namen van meisjes, een beschrijving van uiterlijkheden en de voorwaarden om (seksuele) handelingen te verrichten. Plus scores, zowel van kwaliteit als van kwantiteit.
Gedrieën giechelen ze hun schaamte weg. Want bij daglicht klinkt het best absurd, vinden ze. „Soms willen we niet. Dat zeg je niet hardop, want je wilt niet buiten de groep vallen. Oplossing? „Drie biertjes verder zijn je grenzen verdwenen. Levert mij een pakkie peuken op.”

NAAR DE KERK
En ’s zondags weer naar de kerk? „We moeten wel van thuis. Prima om te keten, maar dan ook kerken. ’s Avonds een vent, ’s ochtends een vent, zeggen ze dan.” Kerkgang lijkt een ruilhandel met ouders. Ouders die vaak geen idee hebben dat  achter de bierlucht een schrijnende eenzaamheid schuilgaat. Of ouders die dat wel beseffen en met lege handen staan. Ze hooguit kunnen vouwen.

Niet alleen in de Randstad worden keten en kantines bezocht. Ook in delen van Zeeland en op de Veluwe zijn grote zorgen onder kerken, scholen en hulpverleners. Er is geen ambtsdrager die laatdunkend doet over de problematiek. En tegelijk is er verlegenheid. Omdat de vraag achter deze vorm van tijdsbesteding existentieel en goudeerlijk is: ‘Waartoe leef ik? Wat voor zin heeft het leven?’ Bezoekers van keten lachen om de standaardantwoorden. „Dan krijg je een preek dat je je genadetijd uit moet kopen. Wat koop je daarvoor? Is het zo’n pretje om met een lang gezicht in een donker pak te lopen? Is dat het antwoord? Kerkje, kindje, kruisje?” De studentes beseffen wat ze zeggen. „Noem onze namen niet expliciet. We worden van school getrapt.”

VRAGEN
Eén van de giechelende mbo’ers kijkt verbaasd als gevraagd wordt naar hun ouders. „Mijn vader preekt alleen maar tegen me. Er komt niks van mij terecht, zegt hij dan. Hij bemoeit zich verder ook niet met mij, behalve als ik volgens hem te laat thuis ben. Dat past niet, wat moeten de buren wel niet denken?” Als ik vraag of hij weleens zegt hoe kostbaar zijn dochter is, blijft het stil. Bijna wil ze kwaad weglopen. Met vochtige ogen en een dun stemmetje: „Volgende vraag.”

Halverwege het gesprek met hen rijst de vraag waar je beter kunt zijn: in de kerk of in de keet. Uitdagend, maar ook profetisch en vol waarheid zegt één van hen met harde stem: „Dat maakt niks uit. Want als ik het goed begrepen heb, kwam de Heere Jezus bij godsdienstige mensen en dronkenlappen. En van beiden wilde Hij hetzelfde.”

Zo proberen de studentes van een reformatorische mbo zich te ontdoen van klemmende vragen en moeilijke antwoorden. „Wij snappen serieus niks van de taal van de Bijbel. Of van de preek. Wat heb je er dan aan? Laat de dominee gewoon tegen mij praten als hij wil dat ik hem begrijp.”

GEEN BRAVOURE

Dat er toch iets blijft hangen van die onbegrijpelijke taal, blijkt als de laatste even blijft plakken. Heel even. Haar bravoure is weg. Er leeft een grote vraag in haar hart. „Als ik bedenk dat God meekijkt in mijn leven, schaam ik mij diep voor mijzelf en jank ik de halve zondag. Ik heb wel spijt. Want ik verlang naar een schoon hart en leven in vrede met God. En ik voel dat ik moet kiezen! Dat is noodzakelijk. Maar wacht, mijn vriendinnen…” Ze haast zich naar de trap waar de andere twee zojuist afdaalden.


Dit artikel verscheen in de Gezinsgids op 1 juni 2023. Dit gesprek werd met toestemming van de anonieme jongeren en naar waarheid opgetekend. Hun namen zijn bij de redactie van de Gezinsgids bekend.

Ook interessant

Het leven in een keet (deel II)

Uitspattingen in de keet leiden tot allerlei trauma’s en problemen. En toch zijn keten een verschijnsel van een dieper probleem, zegt Bas

boek

Recensie: Sprookjesboek

René Erwich, hoogleraar praktische theologie, en Almatine Leene, predikant in de GKv, vatten een paar jaar geleden het plan op om de