De schoonheid van onderdanigheid

voetwassing2

Er zijn woorden waar onze cultuur geen raad meer mee weet. Zoals ‘onderdanigheid’. Het staat zo haaks op het ideaal van autonomie en assertiviteit, dat we het zijn gaan verafschuwen. Het roept associaties op van mishandelende vaders of moslimvrouwen die slaafs meters achter hun man over straat gaan. Dat de Bijbel het woord regelmatig en in positieve zin gebruikt, roept daarom bij veel christenen verlegenheid op. Wat God goed noemt, dat moet echter goed zijn. Maar hoezo? Wat is de schoonheid van onderdanigheid?

Gezag

Onderdanigheid vooronderstelt gezag. Het is het erkennen én positief waarderen van anderen boven je. Daar raken we ook direct de kern van de moeite die we hebben met onderdanigheid. We hebben moeite met onderdanigheid omdat we moeite hebben met gezag. Wie eerlijk is, voelt dat het verzet van de samenleving tegen onderdanigheid ook in zijn eigen hart schuilt. De rebellie tegen gezag in alle vormen zit diep, óók in een hart dat geleerd heeft te buigen voor het gezag van God en Zijn Woord. Het is daarom niet vreemd dat óók binnen kerken het appèl van deze oproep op allerlei manieren omzeild of ontkracht wordt. Zo beweert de recente Wetenschapsbijbel dat de hiërarchie tussen man en vrouw pas ontstaan is na de zondeval (en dus niet bij Gods oorspronkelijke bedoeling hoorde). De volgende stap laat zich dan raden: in Christus zijn deze verschillen afgedaan, zodat man en vrouw volkomen gelijkwaardig zijn (en dus ook dezelfde taken en functies kunnen vervullen in kerk en samenleving).

Wie verwijst naar de lastige oproep aan vrouwen om hun mannen onderdanig te zijn (Ef.5:22) krijgt meestal als repliek te horen dat Paulus in het vers ervoor ook schrijft dat we elkáár onderdanig moeten zijn… Alsof het dus inwisselbaar is. Maar zo mag je vers 21 niet lezen. Efeze 5:21 is de inzet van een programma dat in de verzen erna ontvouwd wordt: in allerlei verbanden van het leven dienen christenen onderdanig te zijn: vrouwen hun man (Ef.5:22), kinderen hun ouders (Ef.6:1), slaven hun meesters (Ef.6:5). Dat grotere verband laat ook gelijk zien dat onderdanigheid geen typisch vrouwending is. Het geldt voor elke christen. Als inwoner van Nederland wordt ik geacht de overheid onderdanig te zijn, als medewerker in een bedrijf dien ik mijn leidinggevende te gehoorzamen. Niet omdat ik ‘minder’ ben, maar omdat we nu eenmaal niet allemaal president of directeur kunnen zijn. Verschil moet er wezen. Zo zit de werkelijkheid in elkaar en dat is goed. Zelfs Jezus, de Heere der heren en Koning der koningen, was Zijn ouders onderdanig (Luk. 2: 51).   

Onderdanige Zoon

En niet alleen Zijn aardse Vader, ook Zijn hemelse Vader. Misschien is dat wel het diepste geheimenis in de Drie-eenheid: dat gelijkwaardigheid, gezag en gehoorzaamheid samen gaan. In deze adventtijd horen we over de zending van Christus naar deze wereld. Vrijwillig en gehoorzaam verliet Hij het huis van de Vader om te zoeken en zalig te maken wat verloren was. Die gehoorzaamheid begon niet in Bethlehem, maar die leefde van eeuwigheid in het hart van de Zoon. Het was Zijn hoogste vreugde Zich te laten zenden: ‘Zie, Ik kom om Uw wil te doen, o God’ (Hebr. 10:7).

Het was enkele jaren geleden een grote discussie onder reformatorische theologen in Amerika: of Christus van eeuwigheid onderdanig is aan de Vader. Ik ben geneigd om die vraag bevestigd te beantwoorden. Met andere woorden: het patroon dat we tijdens Jezus’ omwandeling op aarde zien (de Zoon die de Vader gehoorzaamt), is een weerspiegeling van de verhouding binnen de Drie-eenheid Zelf. Niet dat de Zoon minder is dan de Vader (dat is de ketterij van de Arianen), maar wel dat Hij functioneel Zich in liefde aan de Vader onderwerpt. En raken we hier niet kern van ware onderdanigheid? Liefde die de ander uitnemender acht dan zichzelf. Wordt de schoonheid van Christus zo niet des te heerlijker? Macht en nederigheid tezamen, Leeuw en Lam tegelijk, Heer en Knecht ineen. Hoewel volkomen gelijk aan de Vader, van hetzelfde wezen, tegelijk in liefde onderdanig aan de wil van de Vader – als een rolmodel voor mensen op aarde. Vrouwen én mannen! Vrouwen: om in navolging van Christus hun mannen onderdanig te zijn: zoals Christus aan de Vader. Mannen: om in navolging van Christus hun vrouwen in liefde te leiden, zoals Christus de gemeente (Ef. 5:25).

Daar is één ding wel onmisbaar: dat ons hart is ingewonnen door de liefde van Christus. Zonder die liefde is onderdanigheid een farce, verhulde hypocrisie. Wat geldt voor Christus, geldt ook voor christenen: alleen de liefde maakt onderdanig. Zou dat niet de reden zijn dat wij zo’n moeite hebben met onderdanigheid: omdat de liefde ontbreekt? Alleen liefde maakt rebelse harten zacht. Dan ervaren we: ‘Mijn juk is zacht, Mijn last is licht’. Wat schittert die liefde, juist rond Kerst. Het doet een appèl op ons. ‘God is al nederig en de mens nog trots?’ (Augustinus) ‘Mijn juk is zacht, Mijn last is licht’. Zo wordt onderdanigheid een reflectie van de schoonheid van Christus en kunnen mannen, vrouwen en kinderen op duizend plekken en manieren iets weerspiegelen van de veelvuldige rijkdom en schoonheid van God en Zijn plan.


Gepubliceerd: 16-12-2022

Gerelateerde artikelen