Hoe moet je naar God verwijzen? Met het woord ”Hij”, of ”hij”, of nog weer anders? Voor veel christenen is dat geen vraag: natuurlijk staat er ”Hij” in de Bijbel. Toch is het een punt van veel discussie geworden! Vanuit de genderbeweging, maar met lessen voor iedereen.

In 2004 kwam de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) uit. Vanuit reformatorische kring was daar veel kritiek op. Hier zou deze vertaling nooit in de kerk gebruikt gaan worden. Andere kerken gingen wel over tot gebruik, maar ook vanuit die kerken was er kritiek. Het meest voorkomende punt was, dat de verwijzingen naar God niet meer met een hoofdletter werden geschreven. Lezers van de Statenvertaling kennen Numeri 23:19 als: ‘God is geen man, dat Hij liegen zou’. In de NBV-vertaling (2004) staat: ‘God is geen mens, dat hij zijn woord zou breken’. Zonder hoofdletters dus (behalve het woord ”God”).

Nou, dat konden veel lezers niet echt waarderen. Sommigen vonden het onduidelijk. Anderen vonden het oneerbiedig. Daarop heeft het Nederlands Bijbelgenootschap besloten om bij de herziene versie (NBV21) de hoofdletter bij het persoonlijk voornaamwoord weer terug te brengen. Het is dus weer ”Hij” geworden.

Dat is echter tegen het zere been van feministen. Al eerder hebben zij dit punt gemaakt, maar nu met alle kracht – al komt die kritiek te laat, want de Bijbels worden al gedrukt. Het moet volgens hen pertinent niet ”Hij” zijn. Eigenlijk vinden ze het ook al niet echt wat als er ”hij” staat. Want dan is het alsof God een man is en mannen dus meer goddelijk zijn. Daarmee worden volgens hen vrouwen achtergesteld. Eigenlijk is God naar hun idee net zo veel vrouwelijk als mannelijk. Maar goed, ze begrijpen ook wel dat je van het woord ”hij” niet zomaar afkomt, maar dan moet het in elk geval met een kleine letter, anders wordt het zo uitvergroot. Met een kleine letter voelt het iets zachter, minder dominant en overheersend.

Dat is dus het argument. Ik kan me voorstellen dat de meeste lezers hierover hun schouders ophalen. Het zijn discussies waar zij niets mee hebben, het voelt als liberaal gezeur, oneerbiedig gepraat. Dat gevoel van vervreemding is begrijpelijk. Toch kan deze discussie zeker wel iets opleveren. Dat leren we uit een artikel in Trouw van prof. dr. P.B. Smit, hoogleraar aan de Vrije Universiteit. Hij is het in de basis best wel erg eens met die feministen. Toch, zo stelt hij, kan juist daarom het gebruik van die hoofdletter waardevol zijn. Als Abraham en David ”hij” zijn en God ”Hij”, dan zie je daaraan dat God anders is. Het is niet waar dat God automatisch aan de kant van de man staat. Integendeel. Abraham is machteloos en David is verkeerd bezig. Zij moeten het hebben van Gods macht en genade. In Smits woorden: „God is geen mannetje zoals menselijke mannen, en menselijke mannen zijn zeker niet goddelijk. Het verschil tussen Hij en hij is levensgroot.”

Smits uitgangspunt delen wij niet en zijn woorden zijn soms niet de onze, maar zijn punt is toch van belang! Het is het punt dat ook Bileam maakt in de eerdergenoemde tekst: ‘God is geen man, dat Hij liegen zou’. God is de gans Andere. De hoofdletter leert ons wat Gods positie is en wijst ons onze plaats. Wij zijn maar mens. Man en vrouw maakt wat dat betreft niet uit (zie Romeinen 3:22-23), hij en zij zijn zondaar en God is heilig. Hij en zij zijn leugenachtig en God is waarachtig. Dan moeten hij en zij het allebei van Zijn macht en genade hebben.

God is niet zoals mannen zijn. Gelukkig niet. Abraham en David zijn maar twee van de voorbeelden van al die mannen die zo vaak afweken. Hun positie misbruikten, hun begeerten niet konden inhouden, hun naaste niet hielpen. Echtgenoten zijn zomaar van het pad af, vaders zijn niet zo zorgzaam als ze moeten zijn. Sommigen (vrouwen en mannen) voelen daarvan nog de wonden of littekens. Natuurlijk moeten we dit niet omdraaien, alsof mannen aan de verkeerde en vrouwen aan de goede kant staan. Vrouwen zijn net zo mens als mannen. En mannen zijn dus net zo niet-goddelijk als vrouwen.

Dat betekent niet dat God over Zichzelf niet als Man spreekt. Hoewel Hij Zich soms vergelijkt met een moeder (Jesaja 66:13), noemt Hij Zichzelf Vader, een enkele keer ook Man – bijvoorbeeld in Jesaja 54:5. Niet omdat Hij is zoals mannen, maar omdat mannen zouden moeten zijn zoals Hij. Een vader is geroepen om zich te spiegelen aan de hemelse Vader (Mattheüs 5:48), een echtgenoot moet oefenen om te zijn zoals de hemelse Bruidegom (Efeze 5:25).

Zoiets geldt trouwens ook voor vrouwen. Zij hebben niet dezelfde rol en roeping als een man of vader in kerk, gezin en maatschappij, maar wel net zo goed de roeping om zich te spiegelen aan God (Kolossenzen 3:10, 1 Petrus 1:16). Wie zich zo spiegelt, leert steeds meer het hemelhoge verschil tussen God en mens. Daar heb je geen hoofdletter voor nodig, maar die kan daar wel bij helpen. Zo’n hoofdletter is dan verootmoedigend. En tegelijk vertroostend. Want ‘God is geen man, dat Hij liegen zou’. Gelukkig is Hij niet zoals ik…

Gerelateerde artikelen

Commentaar: VPRO op zoek naar waarheid over homoseksualiteit

Vreemd was het wel de afgelopen week. ”Kijkers walgen van uitspraken in…

Commentaar: Over de regenboog en de aap van God

Op 11 oktober was het ‘coming-outday’, een dag waarop er overal regenboogvlaggen…

Commentaar: Is de vrouw in het ambt een kerkscheuring waard?

De Christelijke Gereformeerde Kerken hebben spannende weken achter de rug. Van de…