In onze zoektocht naar hoe te leven in deze verwarrende tijden zijn we vaak op zoek naar regels. Wat mag wel en vooral – wat mag niet? Hoe ver mag je gaan in je verkeringstijd? Mag een vrouw kort haar hebben, en hoe kort is te kort? Mag een man huisvader zijn? Mag je als christen op TikTok? Die hang naar helderheid is niet vreemd. Maar een godvruchtig en heilig leven is meer dan regels nastreven.
Regels zijn niet (altijd) verkeerd. De Heere heeft ons geboden en verboden in de wet gegeven. Maar, zoals ik onlangs las, de wet is als het ware een ethisch minimum1. Dat is het minste waar je aan moet voldoen, maar het is niet waar je naar streeft. Het christenleven is geen ‘zesjes-cultuur’.
Het minimale
Een zesjes-cultuur zegt, ik doe nét genoeg; ik loop precies binnen de lijntjes. Niemand kan me ergens van beschuldigen. Maar heb je ook een positieve inzet om met hart en ziel, de Heere die ons duur gekocht heeft lief te hebben, te eren en te dienen? Dat is de bedoeling van de wet.
Dat de wet een minimum is, zien we ook in hoe de Heere Jezus in de bergrede over de tien geboden spreekt. Het gaat in het verbod op echtbreuk (Mattheüs: 5:27-30) niet alleen over daadwerkelijk overspel (het minimale), maar over ons hart. Het minimale is ‘geen overspel plegen’, maar het nastrevenswaardige is een radicale breuk met alles wat tot overspel leidt én een positieve investering in een gezond huwelijk (Efeze 5:22-33).
Wat nastrevenswaardig is
Die liefde van en tot God leidt er toe dat we de vragen die opkomen door de verwarrende tijden waarin we leven niet alleen kunnen beantwoorden met een verbod. Denk bijvoorbeeld aan de vraag: “hoe ver mag je gaan voor het huwelijk?”. Ik begrijp de vraag. Maar het is een vraag naar het minimum. Hoe ver kan ik gaan voordat ik het verbod verbreek? Is dat nastrevenswaardig? Een stel dat álles al gedaan heeft, behalve geslachtsgemeenschap, heeft zich op een bepaalde manier wellicht aan de letter van de wet gehouden, maar niet aan de geest. Van jezelf rein bewaren voor het huwelijk is dan geen sprake meer.
Nog een voorbeeld: een regel over de lengte van rokken voor meisjes op reformatorische scholen kan helpen om uitwassen te voorkomen. Maar als de meisjes zich daaraan houden wil dat niet zeggen dat ze de bedoeling achter deze regel – eerbaarheid – ook nastreven.
Wat mag wel en wat mag niet? Laten we niet streven naar een zesjes-cultuur, maar vanuit de liefde ván God en uit liefde vóór God streven naar de bedoeling van de ge- en verboden in de Schrift. Het houden van regels zonder de liefde tot God en naaste, is niet hetzelfde als een godvruchtig en heilig leven.
Willemien Gunnink-Janssen woont met haar gezin in Engeland. Haar man is predikant