Uw beleid heeft een “bewonderenswaardig en nobel doel”, maar had als gevolg dat de waardigheid van de verpleegkundigen werd geschonden en dat er voor hen een “vijandige, vernederende en mensonterende omgeving” werd gecreëerd. Dat waren de niet mis te verstane woorden in de uitspraak van een arbeidstribunaal hier in Engeland.
De zaak speelde tussen een groep verpleegsters en het ziekenhuis waar zij voor werken. De vrouwen hadden zich vanwege het inclusiviteitsbeleid van het ziekenhuis moeten omkleden met een transvrouw (een man die zich identificeert als vrouw) in de kleedkamer. Deze “Rose” noemt zich vrouw, maar is in alle opzichten een man. Hij heeft geen verandering van geslachtsaanduiding in het paspoort, geen operaties en geen hormoonbehandelingen ondergaan (naar eigen zeggen omdat hij en zijn vriendin graag kinderen willen).
Leidinggevenden namen het gevoel van ongemak en onveiligheid bij de verpleegsters niet serieus genomen. De HR-manager raadde de verpleegsters bijvoorbeeld aan om hun zienswijze te verbreden.
Het transitiebeleid van het ziekenhuis stond personen toe om gebruik te maken van de ruimte die overeenkwam met hun genderidentiteit. Iedereen van dat geslacht die daar bezwaar tegen had, kon zich elders omkleden. Dat wellicht ook Rose een andere plek had kunnen krijgen in plaats van dat alle 300 verpleegsters van de afdeling moesten kiezen of ze wel of niet de kleedkamer met een man wilden delen, is niet overwogen.
Eenzijdige empathie
Het laat iets zien van de eenzijdige empathie van de aanhangers van inclusiviteitsbeleid. Dat 300 vrouwen ineens het recht op een vrouwenkleedkamer verliezen is onbelangrijk in vergelijking met de gevoelens van de transpersoon. Volgens de theorie achter inclusiviteitsbeleid zijn transpersonen namelijk een onderdrukte minderheid die bevestiging en compassie verdienen. Dat deze compassie betekent dat vrouwen onrecht aangedaan wordt doet niet ter zake; meer nog, zij zijn in dit geval de onderdrukkers.
Dit is een vorm van giftige empathie die we bijbels moeten bestrijden. Want al deze theorieën hebben grote gevolgen in het leven van echte mensen. Je voordoen als inclusief en empathisch is eenvoudig zolang je jezelf niet hoeft uit te kleden voor het oog van een mannelijke collega. Inclusiviteit en empathie zijn mooie woorden. Maar in het geval van de Engelse verpleegsters leidt het tot vernedering en verlies van waardigheid. Gelukkig heeft de rechter dat gezien. Of dit het (begin van het) einde is van de invloed van transgenderideologie, daar ben ik niet direct zeker van. De rechter sprak tijdens het proces over Rose en gebruikte daarbij de voornaamwoorden zij/hen. Maar in dit geval sluit het een het ander uit. Het is onmogelijk om vast te houden aan de gedachte dat transvrouwen vrouwen zijn, zonder échte vrouwen daarmee van hun eigenheid te beroven.
Willemien Gunnink-Janssen woont met haar gezin in Engeland. Haar man is predikant.