Je bekijkt nu De Heere behagen

De Heere behagen

  • Bericht auteur:
  • Berichtcategorie:Geen categorie
  • Laatste wijziging in bericht:3 juli 2026
  • Leestijd:15 min. lezen

1 Korinthe 7:28-34

28. “Maar indien gij ook trouwt, gij zondigt niet; en indien een maagd trouwt zij zondigt niet. Doch dezulken zullen verdrukking hebben in het vlees; en ik spare ulieden.
29. Maar dit zeg ik, broeders, dat de tijd voorts kort is; opdat ook die vrouwen hebben, zouden zijn als niet hebbende.
30. En die wenen, als niet wenende; en die blijde zijn als niet blijde zijnde; en die kopen als niet bezittende;
31. En die deze wereld gebruiken als niet misbruikende; want de gedaante dezer wereld gaat voorbij.
32. En ik wil dat gij zonder bekommernis zijt. De ongetrouwde bekommert zich met de dingen des Heeren, hoe hij de Heere zal behagen;
33. Maar die getrouwd is bekommert zich met de dingen der wereld, hoe hij de vrouw zal behagen.
34. Een vrouw en een maagd zijn onderscheiden. De ongetrouwde bekommert zich met de dingen des Heeren, opdat zij heilig zij, beide aan lichaam en aan geest. Maar die getrouwd is, bekommert zich met de dingen der wereld, hoe zij de man zal behagen.

Bijbelstudie

Als je dit gedeelte oppervlakkig leest, kan je een vreemde indruk krijgen. Alsof de apostel zou zeggen: ‘Als je dan persé trouwen wilt, doet het dan maar. Maar je kunt het beter niet doen.’ Nu moet je de Heilige Schrift nooit oppervlakkig lezen. Want dan blijft die sowieso gesloten. We moeten goed beseffen dat ook dit gedeelte niet een privémening is van Paulus. Maar dat het door de Heilige Geest is geïnspireerd. Daarom is het ook norm en regel voor ons. We moeten ook goed beseffen dat wij ook dit woord alleen recht kunnen begrijpen, als wij verstand hebben met Godd’lijk licht bestraald. Wij hebben dezelfde Geest nodig, die Paulus inspireerde. Dan mogen wij ook begrijpen de dingen die van de Geest van God zijn. Want de natuurlijke mens begrijpt niet de dingen die van de Geest van God zijn. Ze zijn hem zelfs een dwaasheid (1 Kor.2:14).

Overal in zijn brieven houdt de apostel het huwelijk zeer hoog. Denk maar aan wat hij schrijft in Efeze 5:22-33. Het huwelijk beeldt iets af van de bruid van Christus, Zijn kerk en haar hemelse Bruidegom. Daarom zegt hij nadrukkelijk: Maar indien gij ook trouwt, gij zondigt niet. Het huwelijk is een heilige instelling van God. Een levenslange verbintenis in liefde en trouw tussen één man en één vrouw. Die twee zullen tot één vlees zijn, zodat ze niet meer twee zijn, maar één. Daaraan verbindt Hij de kinderzegen. Daardoor wordt de Kerk gevormd, de bruid van Christus. Om wedergeboren te worden moeten wij eerst geboren worden.

Elke verbintenis en relatie buiten het door God ingestelde huwelijk is “zonde”. Maar wie trouwt zondigt niet. Het huwelijk op zich is geen “zondige” instelling, maar een heerlijke, heilige, Goddelijke instelling. Helaas wordt er door de gehuwden ook veel gezondigd. Ook is er sinds de zondeval geen volmaakt huwelijk. Ook in het huwelijksleven zijn de gevolgen van onze zonden vaak verwoestend zichtbaar. Maar wie trouwt zondigt niet. Wie zich daarbuiten overgeeft aan seksuele relaties en handelingen, die zondigt wel. Als je weduwe bent of weduwnaar, mag je hertrouwen. Als je nog niet eerder gehuwd was, “een maagd”, dan mag je trouwen (vs.28).

Verdrukkingen

Maar er is ook een andere kant aan het huwelijk. Juist omdat wij zondige mensen zijn. Ook al zijn we een kind van God, we hebben, allebei, zowel man als vrouw “nog velerlei ellendigheid en gebreken in ons.” Het huwelijksleven brengt vaak veel “verdrukkingen” met zich mee. Die verdrukkingen zou de apostel ons wel willen besparen: Ik spare ulieden. Maar dat kan ook hij niet. Ons klassiek huwelijksformulier begint ermee. “Dat vanwege de zonde, de gehuwden gewoonlijk velerhande ellende en tegenspoed overkomt.” De nieuwere of hertaalde formulieren hebben deze passage verwijderd, verzwakt of verplaatst. Maar het is juist die realiteit die de apostel onder onze aandacht wil brengen. Ook in een goed huwelijk is er soms veel “verdrukking.” Ik denk bijv. aan Izak en Rebekka. Eerst langdurige kinderloosheid. Wat een pijn. Toen een tweeling. Jakob en Ezau. Jakob  bedroog zijn vader. Ezau wilde Jakob vermoorden. Bovendien koos hij vrouwen uit de heidenen. Die waren heel hun verdere leven voor Izak en Rebekka een bitterheid voor hun geest.

De tijd is voorts kort

In vers 29 wil de apostel ons nog een ander belangrijk aspect op het hart binden:

De tijd is voorts kort. Als de Heilige Geest ons leidt, brengt Hij de dingen in balans. In ons denken, willen en voelen. Ook in ons besef. Van nature zijn we helemaal gericht op het hier en nu. De eeuwigheid is een vaag begrip, maar geen werkelijkheid. Dat verandert als de eeuwige God door Zijn Geest in ons komt wonen. Alles komt dan te staan in het licht van de eeuwigheid. De banden waarmee we aan elkaar verbonden zijn als man en vrouw, als ouders en kinderen, zijn maar voor korte tijd. Ze kunnen ook ineens en onverwachts worden gebroken. Alles wat je hebt en wie je hebt ben je zo kwijt. Wees daarom juist gericht op de band die nooit breekt. Het huwelijk is maar voor een poosje. Besef dat goed. Kijk naar je vrouw of je man ook zo, dat je beseft: we zijn elkaar spoedig kwijt. Dan is het eeuwigheid, eeuwigheid. Hoe is onze band voor de eeuwigheid? Als we in Christus verbonden zijn, hebben we eeuwige banden. Die worden juist volmaakt door dood en graf heen. Als we niet als man en vrouw, ouders en kinderen, maar als leden van Zijn lichaam, in Hem verenigd zijn, zitten we spoedig in Zijn troon. Dan delen we in Zijn heerschappij en heerlijkheid. Wat is die heerlijkheid vergeleken bij de korte “verdrukking” hier. Een verdrukking van tien dagen. Kort en bepaald door Hem, Die alle dingen leidt en regeert.

Verdriet en blijdschap

Dat geldt ook voor alle verdriet. Als u de Heere kent en dient, ook samen, moet je op “veel verdrukkingen” rekenen. Je hebt de strijd met jezelf, elke dag. Je hebt de gebreken en tekorten van elkaar. Soms heb je o zo veel verdriet van je kinderen. Je hebt de haat en de smaad van de wereld. Paulus doelt daar ook op als hij het in vers 26 heeft over “de aanstaande nood. Allen die godzalig willen leven zullen vervolgd worden. Juist als je tegen de stroom en de geest van de tijd ingaat. Juist als je alleen komt te staan in je gezin, in je familie, op je werk. We zijn allen betrokken in “de strijd der geesten”. En we weten dat, naarmate de eindtijd nadert, die strijd steeds heftiger wordt. Als je het merkteken van het beest niet draagt, kan je op een gegeven moment niet meer “kopen of verkopen”. Lees in Hebreeën 11 hoe Gods kinderen van alle tijden werden vervolgd en gedood. De wereld was hun niet waardig. Hoeveel te meer zal dat het geval zijn nu wij in het laatste van het laatste der dagen leven?

De machten van de hel maken zich op om de fundamenten van Gods Woord te ondergraven. De wereldmachten zijn tot de tanden toe gewapend om elkaar te vernielen. Alles spitst zich toe op Gods volk, Israël. En als we actief zijn in die strijd zullen we veel reden hebben om te “wenen”. Daarom vertroost de apostel ons “die wenen als niet wenende.” God zal spoedig alle tranen van je ogen afwissen. Zijn Koninkrijk breekt zich baan, dwars door de wereldweeën heen. Laten we daarom het hoofd opheffen uit de golven van haat, smaad en verdrukking. Laten we reikhalzend uitzien naar de komst van Hem, Die alle macht heeft en eeuwig regeren zal. Dat geldt ook voor de blijdschap die we hier ontvangen. Er zijn door Gods goedheid ook veel dingen om blij mee te zijn. Natuurlijk het meest als we deel hebben aan Zijn genade. Dan geldt “verblijdt u te allen tijde.”

Maar ook in dit leven geeft de Heere ons veel reden tot blijdschap. Als ons huwelijk gezegend wordt met gezonde kinderen. Als de opvoeding gezegend wordt, zodat onze kinderen in Gods wegen gaan (vgl. 2 Joh:4). Als we in onze zaken gezegend worden, zoals Abraham. En toch de waarschuwing: Zet je hart er niet op (Ps.62:11). Deze blijdschap verdwijnt spoedig. Ze verandert vaak in droefheid. Wees veel meer gericht op wat je eeuwig blij maakt. Op de blijdschap die volmaakt is en eeuwig duren zal. Eeuwige blijdschap zal op de hoofden zijn van allen die de verschijning van onze Heere Jezus Christus liefhebben.

Rijkdom

Dat geldt ook als we in de handel zitten. Dat is vaak een spannend gebeuren. Daaraan zijn ook vele verleidingen verbonden. Zijn we eerlijk, zijn we betrouwbaar? Lijden we liever schade dan dat we onze naaste benadelen? Zijn we bezorgd, dat de Naam van de Heere om ons gelasterd kan worden. Ja, je mag kopen, handel drijven. Maar wel eerlijk. En wat koop je? Wij leven in een maatschappij met ongekende weelde en welvaart. Dure huizen, dure auto’s, dure vakanties. Onze gezindte is vaak niet een voorbeeld van soberheid. De apostel houdt ons een spiegel voor: kopen als niet bezittende. Je bent geen eigenaar van je geld en van je bezit. Het is niet jouw huis en jouw kapitaal. Het is van de HEERE. Hij is je Eigenaar. Jij mag Zijn rentmeester zijn. Je mag het besteden in Zijn Koninkrijk en voor de uitbreiding van Zijn Koninkrijk. Wee je gebeente, als je doel in je zelf bent. Dan ben je een dief van God. Dat zijn we van nature. Maar als de Heere Door Zijn Geest in je hart woont, heb je je leven verloren aan Hem. Dan is het in alle dingen: Heere, wat wilt U dat ik doen zal? Dan koop je en verkoop je in afhankelijkheid. Dat is geen kramp, geen moeten, maar een heilig willen.

Gebruiken, niet misbruiken

Die rijk willen worden vallen in veel verzoeking. Ja, je mag de wereld gebruiken, maar niet misbruiken. Met “de wereld” wordt hier Gods schepping bedoeld. Dat wat Hij doet groeien en bloeien. Hij geeft ons alle dingen om rijkelijk van te genieten (1 Tim.6:17). Ja, we mogen genieten van een heerlijke maaltijd. Met dankzegging genomen. We mogen genieten van ons gezin. Van ons huis. Van ons werk. We zijn geen monniken en nonnen. We mogen de wereld gebruiken. Dat is gebruiken tot Gods eer. Gebruiken naar Zijn wil en voorschrift. We weten ons gebonden aan Zijn Woord. Want dat Woord maakt vrij.

Maar niet misbruikende”. Wanneer misbruiken we de wereld? Heb je als christen verantwoordelijkheid voor het milieu? Zeker. God heeft in Zijn schepping prachtige wetten ingeschapen. Uitbuiting en uitputting van Zijn schepping is zonde. Allerlei methoden om er maar zoveel mogelijk uit te halen op een kunstmatige wijze, moet tegengegaan worden. Wanneer misbruik je de wereld? Als je je ogen sluit voor de nood van je medemensen. Als je van ver weg zoveel mogelijke goedkopen producten wil hebben. Die gaan wel over de rug van je arme naaste ver weg. Winst, winst. Maar het is verlies voor de eeuwigheid. Want eens zullen we verantwoording afleggen van ons rentmeesterschap. Als wij het voornaamste uit het oog verliezen. Als de wereld, winst en weelde, doel in zichzelf is. Of als we ons niet als rentmeester, maar als eigenaar gedragen. Ja, als we het aardse niet in dienst willen stellen van het hemelse. De Heere Jezus zegt: “Maak u vrienden uit de onrechtvaardige mammon, opdat ze u ontvangen in de eeuwige tabernakelen (Luk.16:9). De “mammon” was de afgod van het geld. Hij wordt “onrechtvaardig” genoemd. Omdat er met en door geld zoveel onrecht wordt bedreven. De Heere Jezus bedoelt: Misbruik deze wereld en je geld niet, maar gebruik ze tot Gods eer, tot heil van je naaste.

De gedaante van deze wereld gaat voorbij. In het laatste Bijbelboek worden ze ons beschreven. De fiolen (de schalen) van Gods rechtvaardige toorn. Zij worden over de mensheid uitgegoten. Een mensheid die zich steeds meer tegen God verheft, die zichzelf vergoddelijkt. Maar Die in de hemel woont zal lachen (Ps.2:4). Natuurrampen zoals de wereld ze nooit eerder heeft gekend. Oorlogen die grote delen van de mensheid zullen verwoesten. Milieurampen die het leven op aarde gaandeweg onmogelijk maken (Openbaring 8 en 9). Spoedig zullen de elementen brandende vergaan. Zo wordt de weg gebaand naar de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, waarop gerechtigheid woont. Laat dat besef ons vervullen. Laat dat verlangen ons doen bidden: ‘Kom Heere Jezus, kom haastig!”

Bekommernissen

Paulus wil dat de gemeente ‘zonder bekommernis’ is.  De ongetrouwde bekommert zich met de dingen van de Heere. Het ongetrouwd zijn verbindt hij wel aan “de gave der onthouding”(vs. 9) Het is niet ieders gave. Het is meer uitzondering. Door die gave kunnen mensen zich geheel wijden aan de Heere en Zijn dienst. Je hebt dan geen zorg voor gezin en kinderen. Dan heb je je handen vrij. Je hebt een doel: ‘De Heere behagen‘. In afhankelijkheid van Hem, mag je je weg gaan. In het werk van verpleging, van zending, van onderwijs. Ja, overal waar de Heere je roept. Paulus is zelf het voorbeeld. Ook de Heere Jezus Zelf was niet gehuwd. Daarom is het huwelijk niet alles en niet ieders bestemming. Het is een middel, maar geen doel. Alle huwelijken worden hier ook weer ontbonden. Het geestelijke huwelijk wordt nooit ontbonden. Dus, als je de “gave der onthouding” hebt, hoef je niet naar een huwelijk te staan. Niet, dat het niet zou mogen. Wie trouwt zondigt niet. Ook kan je het alleen zijn als een kruis, een gemis ervaren. Ook dat mag je de Heere voorleggen. 

Paulus wil in dit vers ook niet zeggen, dat alleen ongehuwden zich bekommeren om de Heere. Natuurlijk niet. Dat moet ook het doel zijn van de gehuwden. Maar het is wel een grote zegen als je al je krachten en tijd in Zijn dienst mag besteden. En sommigen wijst God een weg, waarin een huwelijksleven bijna onmogelijk zou zijn. Dat is het geval met de apostel zelf. Al die reizen, al die ongelukken, schipbreuken. Hij mocht  zeggen: Ik heb meer gearbeid dan zij allen, maar niet ik, maar de genade Gods die met mij is. Maar als je getrouwd bent heb je ook je huwelijks- en gezins plichten. Dat legt je ook bepaalde beperkingen op. Je hebt de zorg voor elkaar, de zorg voor de kinderen. Als de Heere je huwelijk ook daarin wil zegenen, mag je rekenen op een groot gezin. Denk aan Psalm 128: Je kinderen als olijfplanten rondom je tafel. Maar het zijn ook kleine boefjes. Je hebt soms veel verdriet en zorg van hen. Zo moeten ook opnieuw geboren worden. Juist de geestelijke toestand van je kinderen kan je zoveel zorgen baren.

Je moet je gezin ook onderhouden. Grote gezinnen komen in onze tijd niet veel meer voor. Ik hoor vaak: ”Dat is niet meer op te brengen in deze tijd.” We leven in een tijd, waarin nooit eerder zoveel welvaart was. Onze voorouders hadden vaak grote gezinnen in een tijd van grote armoede. Maar wij kunnen het niet meer opbrengen. Waarom niet?  Zijn we teveel bezet met ‘de wereld’. Ook teveel beïnvloed? Een gezin brengt veel zorg en “bekommernis”. Dat kan ons zoveel bezetten dat het ons ook van de Heere doet afdwalen. We willen het vaak zelf oplossen. Waarom zingen we zo vaak: ‘Duizend zorgen, duizend doden, kwellen mijn angstvallig hart?’ Zeker worden we aangespoord: Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u (1 Petr.5:7). Maar we doen het te weinig. We zeggen soms met Jakob: “Al deze dingen zijn tegen mij.”

Ja, de man moet zijn vrouw ”behagen”(vs.34). Sommige vrouwen zijn veeleisend. Ze eisen hun man helemaal op. Het is een zegen als je vrouw je de ruimte en tijd gunt om God te behagen. Dat wil zeggen, actief te zijn in Zijn Koninkrijk. Soms in het ambt waarin de Heere je kan roepen. Maar zo is het niet altijd. Paulus beschrijft de werkelijkheid. In vs 34 legt hij op alles nog eens de nadruk. Een vrouw en en maagd is onderscheiden. Als je als vrouw niet getrouwd bent, heb je de roeping om heilig te zijn naar lichaam en geest. Om je ver te houden van seksuele onreinheid. Dat kan alleen in een nauwe wandel met de Heere. Maar de gehuwde vrouw heeft ook haar “huwelijksplicht”. Zij moet de man behagen. Beide situaties gaan met verzoekingen gepaard.

Als we alleen zijn is het ook een strijd om heilig te zijn aan lichaam en geest. Ook de allerbeste struikelt elke dag in vele dingen. Maar het gaat om ons oogmerk. Gehuwd of ongehuwd. Wie wil jij behagen? Voor wie wil je leven? De Heere is je hart en leven waard. Het geestelijke huwelijk met de Heere Jezus maakt je volmaakt en eeuwig gelukkig. Hij draagt je door al de moeiten en zorgen van dit leven heen. Ook bewaart hij je in alle verzoeking en verleiding. Hij richt je op en haalt je terug, ook als je gevallen en afgedwaald bent. Laat het daarom de belijdenis van je leven zijn of worden: “Het leven is mij Christus en het sterven gewin!”