“Vrouwen hebben een betere fijne motoriek dan mannen.” Met veel interesse las ik dit artikel over clichés. Het artikel is bedoeld om clichés over mannen en vrouwen de wereld uit te helpen. Wat me echter opvalt is de wijze waarop er omgegaan wordt met het lichaam.
“De motoriek van zowel mannen als vrouwen is slechter naarmate hun vingers dikker zijn – en mannen hebben gemiddeld dikkere vingers. Het verschil tussen mannen en vrouwen komt dus vooral door een verschil in vingerdikte, niet door een verschil in geslacht.”
De reden dat mannen een slechtere fijne motoriek hebben zit niet tussen de oren, wil de schrijfster – denk ik – zeggen. Maar als dikke vingers het probleem zijn, en gemiddeld genomen hebben mannen dikkere vingers, dan is dat toch een geslachtelijk verschil? Het lichaam van de man (zijn dikkere vingers) doet er toe. Het is de essentieel aan zijn man-zijn.
Slechts ‘een omhulsel’
Wat ik hier las, deed me denken aan wat er breder in onze samenleving leeft (zonder te suggereren dat de schrijfster van het artikel dit bedoelt). Velen zien het lichaam als niet meer dan een ‘omhulsel van ons ware ik’. Dit is echter een ontkenning van wat de Bijbel ons leert over de waarde van ons lichaam. Op een bepaalde manier zijn we ons lichaam. Onze identiteit is onafscheidelijk van ons lichaam. Onze lichamelijke eigenschappen, wat we wel en niet kunnen, bepalen in grote mate hoe ons leven eruit ziet en hoe we de wereld ervaren. Of we een mannen- of vrouwen lichaam hebben is daarbij heel bepalend.
Levensveranderende ervaring
Ik zal de laatste keer dat ik naar een nieuwsuitzending keek, nooit vergeten. Ik was net moeder geworden en zat met onze paar weken oude dochter op de arm. Op het beeld zag ik een jongetje dat in een gigantische mensenmassa zijn moeder was kwijtgeraakt. Hij zat in de trein, zijn moeder stond op het perron. De blinde paniek van de moeder en de doodsangst van het jongetje grepen me aan als nooit tevoren. Moeder worden betekende niet alleen dat ik nu mijn dochtertje vasthield, maar ook dat ik een hormonale, lichamelijke en daarbij levensveranderende ervaring doorgemaakt had. Mijn vrouw-zijn is onlosmakelijk verbonden met wie ik ben.
De wens om (lichamelijke) verschillen tussen tussen man en vrouw te bagatelliseren komt wellicht voort uit de angst dat we anders niet gelijk kunnen zijn. Dan maakt men zich bijvoorbeeld zorgen om het feit dat er meer mannen zijn in leidinggevende functies, en meer vrouwen in de zorg. Maar waarom? Is leidinggeven beter dan zorgen?
Door God bedoeld
We hoeven de lichamelijke verschillen tussen mannen en vrouwen niet te minimaliseren, ze zijn door God bedoeld. Ook moeten we af van de gedachte dat man en vrouw alleen gelijkwaardig kunnen zijn, wanneer ze in elk opzicht hetzelfde zijn. Belangrijker is dat we het werk van mannen en vrouwen gelijk waarderen.
Toen de Heere de mens schiep naar Zijn beeld schiep Hij de mens niet onzijdig, maar man en vrouw, beiden naar Zijn beeld (Genesis 1:24-26). Gelijkwaardig, maar niet hetzelfde. Beiden met een eigenheid precies zoals God het bedoeld had. En Hij verklaarde het “zeer goed” te zijn. Man en vrouw hebben elkaar nodig en vullen elkaar aan. Het is belangrijk dat we elkaar niet in hokjes stoppen of dingen toebedichten alleen vanwege het feit dat iemand man of vrouw is. Ik ben er echter niet zeker van dat we elkaar dan maar “eerst en vooral als mens” moeten zien. We zijn toch als beelddragers van God altijd man of vrouw? Zelfs als alle clichés waar zouden zijn, is dat een probleem? Het is góed dat mannen en vrouwen verschillend zijn.