”Misbruikrapport VS is spiegel voor kerken” schreef de hoofdredactie van het Reformatorisch Dagblad in haar hoofdredactioneel commentaar onlangs. De krant deed dit naar aanleiding van het schokkende rapport dat vorige week verscheen over misbruik door kerkelijk werkers in de Southern Baptist Convention (SBC), met bijna 14 miljoen leden de grootste kerk in de Verenigde Staten. Het rapport maakt duidelijk dat gedurende tientallen jaren kerkelijk werkers die van misbruik beschuldigd werden, uit de wind werden gehouden, en dat slachtoffers werden tegengewerkt.

Vorige week verscheen ook een tweede belangrijk rapport over misbruik, opgesteld door een synodecommissie van de Presbyterian Church in America (PCA). De PCA is een kerk met een kleine 400.000 leden. Dit rapport kreeg veel minder aandacht. Het heeft een ander karakter. Het is vooral een grondig bezinnend document, waarin nagegaan wordt hoe Gods Woord spreekt over verschillende vormen van misbruik (‘Expressing God’s Heart’) en aanbevelingen worden gedaan hoe misbruik is te voorkomen, te herkennen en ook hoe om te gaan met concrete gevallen. Bovendien worden handreikingen gegeven voor pastorale zorg (‘Redemptive Shepherding’). Het rapport is echter wel mede gebaseerd op gesprekken met veel slachtoffers, die soms worden beschreven in casestudies. Dat laatste maakt dat dit rapport in sommige opzichten overeenkomsten heeft met dat van de SBC.

De twee rapporten volgen overigens op een reeks incidenten in Amerikaanse evangelicale kerken gedurende de afgelopen jaren, waarbij voorgangers wegens misstappen op seksueel gebied moesten vertrekken.

Wat valt hiervan te leren voor Nederlandse kerken? Het RD noemt in het commentaar twee punten: het serieus nemen van signalen van seksueel grensoverschrijdend gedrag en het tegengaan van een doofpotcultuur, die gemakkelijk kan ontstaat in een klimaat met sterke leiders waarin geen ruimte is voor kritiek en men van elkaar afhankelijk raakt. Dan ‘is het gevaar groot dat de goede naam van kerkelijke leiders belangrijker gevonden wordt dan de eer van God, ook al gaat dat ten koste van slachtoffers.’ Dat zijn terechte constateringen. Er zijn echter nog meer zaken die relevant zijn. Ik noem er vier, beseffend dat ook dit op zijn best maar een aanzet is.

Juridisering
De eerste ervan is overmatige angst voor juridische processen en claims. Dit speelde heel nadrukkelijk in de SBC. Iedere reactie op meldingen van misbruik vond plaats na inwinning van juridisch advies. Dat leidde ertoe dat een bestuurscultuur ontstond waarbij mogelijke juridische consequenties zwaarder wogen dan het leed van slachtoffers of de ernst van zonden.

Machtsmisbruik
De tweede is machtsconcentratie. Vanouds zijn kerken in de traditie van de Reformatie hiervoor beducht geweest. De ervaringen met de hiërarchische organisatie van de Rooms-Katholieke Kerk leidde ertoe dat men wars was van bischoppelijke stelsels. In plaats hiervan werd gekozen voor congregationalistische of presbyteriaanse modellen, die beide uiteindelijk uitgaan van een hoge mate van lokale autonomie van plaatselijke kerken. Ironisch genoeg is de SBC gebaseerd op een decentrale congregationalistische structuur. Het bestuur van de SBC heeft dan ook formeel bijzonder weinig te zeggen over wat er gebeurt in plaatselijke kerken, een aspect dat in veel commentaren weinig aandacht kreeg. Tegelijk maakt de website van de SBC duidelijk dat er in de loop der jaren toch een heel bestuurlijk apparaat is ontstaan, met een ‘executive committee’, een ‘president’, met ‘vice presidents’, ‘executive directors’ en ‘managers’. In principe doen die ongetwijfeld nuttig werk –en een kerk met 14 miljoen leden en 50.000 gemeenten vraagt natuurlijk wel een kerkelijk bureau van enige omvang– maar het lijkt erop dat er bij de SBC toch een ongezonde ‘top-down’ bestuurscultuur kon ontstaan.

Leer en leven
Een mogelijk belangrijker punt heeft te maken met leer en leven. Veel Amerikaanse kerken zoals de SBC en PCA kunnen een Bijbelse, rechtzinnige belijdenis combineren met een grote mate van vrijheid in opvattingen over levensheiliging. Dit gaat  vaak gepaard met grote openheid naar alle vormen van moderne cultuur, zoals sport, entertainment en media. De hedendaagse cultuur is doordrenkt van seksualiteit en moderne opvattingen hierover. Ook veel Amerkaanse voorgangers staan open voor de hedendaagse cultuur. Het is de vraag of dit geen belangrijke rol speelt bij het ontstaan van misbruik.

Charismatisch leiderschap
Een laatste overweging is deze. Wie kijkt naar de voorbeelden van voorgangers in Amerika die in de achterliggende jaren vanwege seksuele misstappen moesten vertrekken, valt op dat er nogal wat mannen onder zijn die getypeerd kunnen worden als charismatische mannelijke leiders, stoere kerels die conservatieve calvinistische opvattingen combineerden met sterk persoonsgebonden leiderschap. Dat blijkt een kwetsbare combinatie.

Bovendien, in Nederland mag dan nogal eens gemopperd worden op de wijze waarop in behoudende reformatorische kerken de toelating tot het predikambt functioneert, maar er is in ieder geval wél een gedegen toelatingsproces. In kerken die aangesloten zijn bij de SBC is het volledig een zaak van een lokale kerkelijke gemeente die daarbij eigen procedures volgt. Het risico dat er verkeerde toelatingsbeslissingen worden genomen is evident, al helemaal wanneer het gaat om gemeenten die verwereldlijkt zijn en geleid worden door voorgangers die zelf een vreemdeling zijn van genade.  

Nederlandse kerken
De vraag is: kunnen zich deze Amerikaanse toestanden ook in Nederlandse kerken voordoen? Het antwoord is ondubbelzinnig: ja, hoewel het zich vaak op wat andere manieren zal voordoen.

Het valt bijvoorbeeld op hoezeer ook kerken in Nederland –bijvoorbeeld in de behandeling van bezwaarschriften– zich kunnen laten leiden door juridische adviezen in plaats van Gods Woord als belangrijkste richtsnoer. Daarnaast, episcopale tendenzen kunnen zomaar de kop opsteken in presbyteriaanse of congretionalistische kerkverbanden, bijvoorbeeld wanneer bepaalde predikanten groot geestelijk gezag hebben en bovendien beschikken over goede leidinggevende gaven.

En om niet meer te zeggen, niet alleen Amerikaanse maar ook Nederlandse kerken verwereldlijken en vertonen een steeds grotere openheid naar uitingen van de moderne cultuur. Bovendien, de digitale verleidingen zijn groot en de drempels ervoor zijn laag. Predikanten, ouderlingen, en voorgangers kunnen recht in de leer zijn, en zelfs door God bekeerd en geroepen zijn, maar dat betekent niet dat ze niet kunnen struikelen.

Kortom, de rapporten over misbruik in Amerikaanse kerken zijn inderdaad een spiegel. Maar er is meer dan dat. Want als het zo is dat de Heere ook Zijn kinderen heeft in de SBC en de PCA, dan behoren deze kerken tot hetzelfde lichaam van Christus waar kerken in Nederland toe behoren, oftewel dezelfde ‘heilige algemene christelijke kerk’ waarvan de Apostolische Geloofsbelijdenis spreekt. En dan hoort te gelden: als één lid lijdt, dan lijden alle leden (1 Kor. 12:26). Bovendien, de kerken aan beide kanten van de oceaan belijden dezelfde ene Naam onder de hemel waardoor zij moeten zalig worden, en het is diezelfde ene Naam die nu gelasterd wordt. Dat moet tot droefheid stemmen.


Gepubliceerd: 03-06-2022

Gerelateerde artikelen

Commentaar: Polyamorie als anomalie

”Een open relatie, wanneer werkt dat?” kopte Psychologie Magazine onlangs. In het…

Commentaar: Gedachten bij het gravamen van ds. M. Klaassen

Ds. M. Klaassen diende een gravamen in tegen de visie van de…

Commentaar: Ouders opzijgeschoven?

Hebt u ook problemen met de volgende zinsnede? „Wanneer een leerling binnen…

Commentaar: Vijf volwassenen en twee baby’s

De Amerikaanse politieke commentator Dave Rubin maakte onlangs trots bekend dat hij…