Premier Jetten en zijn mannelijke partner Keenan kondigden aan komend voorjaar een baby te verwachten. Begin vorig jaar liet hij al in de media weten een kinderwens te hebben. Inmiddels lijkt de wens dus vervuld te worden. Een treurige ontwikkeling, niet in de laatste plaats voor het kind dat op deze wijze ter wereld komt.
Jetten en Keenan maakten gebruik van een vrouw die eicellen doneerde, en een andere vrouw, een zekere Lisa, die zich aanbood als draagvrouw. De bevruchting werd ongetwijfeld met IVF tot stand gebracht. Wie de biologische vader is, Jetten of Keenan, is niet bekend. Vermoedelijk zijn er nog wat embryo’s in de vriezer gelegd voor het geval het met de zwangerschap niet goed gaat. Dat werd echter niet bekendgemaakt.
In Nederland
Het is in Nederland op dit moment verboden om in het openbaar een oproep te plaatsen om een draagmoeder te vinden. Maar als bekende politicus mag je kennelijk wel in de media vertellen dat je graag iemand zou vinden die zegt: “voor deze twee mannen zou ik heel graag een kind op de wereld zetten.” Jetten zocht hiermee ten minste de grenzen op van wat wettelijk toegestaan is.
De bekendmaking vindt bovendien plaats op een moment dat er in Nederland een zeer gevoelig politiek en maatschappelijk debat gaande is over een wetsvoorstel dat draagmoederschap moet reguleren. Jetten kiest er als premier doelbewust voor om op de uitkomst van het debat vooruit te lopen, en te laten zien hoe ‘gewoon’ het eigenlijk is om als homo-stel een kindje te willen.
Dat is temeer opvallend omdat draagmoederschap in veel landen van de Europese Unie, waaronder Duitsland en Frankrijk, verboden is. In november 2025 nam het Europees Parlement een resolutie aan om draagmoederschap geheel te verbieden. Met andere woorden: er zijn nogal wat westerse liberale landen waar draagmoederschap gezien wordt als een ongewenst verschijnsel.
Goed voor het kind?
Terug naar Nederland, wat opvalt is dat de vraag of het voor het kind goed is, nauwelijks wordt gesteld. Blijkbaar doet dit er niet toe. Uit onderzoek zoals samengevat door Them Before Us, blijkt echter dat het voor kinderen bepaald nadelig is om op deze wijze op de wereld te komen. Het begint er al mee dat 93% van de kinderen het niet redt, want maar 7% van de door IVF in een laboratorium geproduceerde embryo’s komt levend ter wereld.
Ook blijkt het schadelijk voor kinderen om zich tijdens de zwangerschap te ontwikkelen in een vreemde baarmoeder. Daar bovenop is het niet goed voor het kind om vervolgens direct na de geboorte bij de draagvrouw weggehaald te worden, de enige mens waarmee het een nauwe intieme band ontwikkelde. Dat alles kan traumatisch zijn en zorgen voor psychische problematiek bij het opgroeien.
Uit onderzoek blijkt volgens Them Before Us bovendien dat het voor kinderen nadelig is om op te groeien in een setting met twee mannen als ‘vader’. Zij hebben bijvoorbeeld gemiddeld een twee keer zo hoog risico op gedragsproblemen, leren minder gemakkelijk, en hebben meer psychische zorg nodig. Ze missen bovendien een moeder in hun leven, een basale behoefte van ieder kind.
Olivia Maurel
De cijfers worden ondersteund door persoonlijke verhalen van mensen die door draagmoeders zijn voortgebracht. Zij spreken zich steeds vaker uit. Feminist en atheïst Olivia Maurel is zo iemand. Ze sprak mei dit jaar op een symposium dat georganiseerd was door NPV Zorg voor het leven. ‘Ik kwam niet ter wereld als iemands dochter, maar als iemands verwachting’, zei ze bij die gelegenheid.
Voor Maurel was haar geboorte ‘de voltooiing van een transactie. Ik ben weggehaald bij de vrouw die me negen maanden had gedragen. De enige persoon die ik kende, van wie ik de hartslag herkende, de vrouw wier lichaam mijn eerste thuis was. Mijn verhaal begon in stilte en in verlies.’
In haar jeugd voelde ze zich ‘ontworteld, zonder het echt te begrijpen’. Ze werd gesust met het verhaal dat ze uit liefde gecreëerd was. ‘Maar liefde komt niet met een prijskaartje. Het begint niet met het scheiden van een moeder en haar pasgeboren kind.’
Het lukte volgens haar nooit om een emotionele band met haar wensmoeder te ontwikkelen. Jarenlang gaf ze zichzelf daarvan de schuld. ‘Dat is wat veel van deze kinderen doen. Het vinden van je identiteit is de basis van het menszijn. Maar die is mij ontnomen voordat ik kon praten.’
Kind van de rekening
Iets vergelijkbaars klonk onlangs in ons land uit de mond van donorkind Samme Kors. ‘Het recht op een kind bestaat niet’, zo benadrukte hij. ‘Het recht van kinderen op ouders wel, dat staat in artikel 7 van het Verdrag voor kinderrechten van de VN.’ Hij merkt dat de belangen van het kind te vaak vergeten worden. ‘Het gaat altijd over het perspectief van de ouders, en niet over wat het is voor het kind om zonder zijn biologische vader of moeder op te groeien’. Hij miste zelf bij het opgroeien enorm zijn vader.
De cijfers en verhalen tonen aan dat het doorbreken van Gods goede scheppingsorde niet ongestraft plaatsvindt en dat de kinderen die het betreft eronder lijden. Onze samenleving heeft de mond vol over ‘universele’ rechten van de mens, maar universeel moet kennelijk met een forse korrel zout genomen worden wanneer het gaat om kinderen. Jonge kinderen zijn nergens meer veilig, niet in de baarmoeder, en ook niet erbuiten. Ze zijn een wensproduct geworden.
Terecht maakten veel christenen altijd bezwaar tegen de uitdrukking: het ‘nemen’ van kinderen, maar het is misschien toch passend voor wat Jetten c.s. doen. Geen wonder dat kinderen die zo ter wereld komen zich inderdaad ‘genomen’ voelen. Ze zijn het kind van de rekening.