Romantiseert de kerk door teveel te spreken over gevoel?

Maakt de kerk zich soms ook niet schuldig aan het romantische denken door vooral te spreken over het gevoelsleven in ons? Dat legt toch ook een identiteit in ons ‘zelf’?

Dat is inderdaad een gevaar: dat iets (alleen) waar is, wanneer we iets gevoelen. Ons gevoel wordt dan de bron van wat waar is. Dat is in het geloofsleven niet zo, en ook niet in zaken die wij belijden (de leer). Er is een objectieve waarheid, in de schepping en in de openbaring, het Woord van God (Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 2). Natuurlijk raakt het geloof ook ons gevoelsleven. Het gevoel is een van God gegeven gave, maar die moet wel op de juiste plaats komen. Verstand en wil behoren voorop te gaan, het gevoel mag dan volgen. Het is als bij een trein: de locomotief moet voorop gaan, niet één van de wagons. Dat geldt zowel in de tweeslag geloof/gevoel als in de tweeslag roeping/gevoel.

Kortom, alhoewel het gevoel dus volop meedoet, betekent dit dus niet dat ons gevoel de bron van waarheid is. Integendeel zelfs. Als wij van mening zouden zijn dat ons gevoel de bron van het ware en goede is, is er geen enkel verweer tegen mensen die op grond van hun gevoel bijvoorbeeld beweren dat zij een dier zijn. Het is een extreem voorbeeld, maar helaas komt het voor.

Het is ook goed erop te wijzen dat de identiteit van een christen niet ligt in zijn gevoel, beleving of ervaring. Zijn identiteit ligt buiten hem, in Christus. Zoals Paulus schrijft in Galaten 2:20, dat ‘ik’ niet meer leef, maar Christus leeft ‘in mij’.

Er is een mooi citaat van C. H. Spurgeon, dat ik in dit verband graag doorgeef:

‘Remember, sinner, it is not thy hold of Christ that saves thee – it is Christ; it is not thy joy in Christ that saves thee – it is Christ; it is not even faith in Christ, though that is the instrument – it is Christ’s blood and merits; therefore, look not to thy faith, but to Christ, the source of thy hope; look not to thy faith, but to Christ, the author and finisher of thy faith; and if thou doest that, ten thousand devils cannot throw thee down…there is one thing which we all of us too much becloud in our preaching, though I believe we do it unintentionally – namely, the great truth that it is not prayer, it is not faith, it is not our doings, it is not our feelings upon which we must rest, but upon Christ and on Christ alone. We are apt to think that we are not in a right state, that we do not feel enough, instead of remembering that our business is not with self, but Christ. Let me beseech thee, look only to Christ; never expect deliverance from self, from ministers, or from any means of any kind apart from Christ; keep thine eyes simply on Him; let His death; His merits, His glories, His intercession be fresh upon thy mind; when thou wakest in the morning look for Him; when thou liest down at night look for Him.’

Geciteerd naar Iain Murray, The Forgotten Spurgeon, p. 32.