Een nieuwe studie uit Finland heeft aangetoond dat adolescenten en jongvolwassenen die een geslachtsveranderende behandeling hebben ondergaan, slechtere mentale gezondheidsproblemen ervaren dan degenen die dat niet hebben gedaan. “Bij adolescenten die een medische geslachtsverandering ondergingen, nam de psychiatrische morbiditeit tijdens de follow-up sterk toe: van 9,8 procent naar 60,7 procent bij feminiserende geslachtsverandering en van 21,6 procent naar 54,5 procent bij masculinerende geslachtsverandering,” aldus het nieuwe onderzoek uit Finland.
Deze langetermijnstudie, uitgevoerd door o.a. Sami-Matti Ruuska en de vooraanstaande kinder- en jeugdpsychiater professor Riittakerttu Kaltiala, omvat 2083 patiënten met gendergerelateerde problemen die jonger waren dan 23 jaar toen ze naar specialistische klinieken werden verwezen; 38,2 procent van hen onderging vervolgens medische interventies.
Dit onderzoek bevestigt en versterkt het onderzoek dat eerder in Finland werd uitgevoerd. Toen concludeerde hetzelfde onderzoeksteam dat suicide onder jongeren met genderdysforie niet vaker voorkomt dan onder jongeren in het algemeen. Verhoogde suicide onder transgenders heeft meer te maken met de psychiatrische problematiek waar deze mensen vaak ook mee kampen.
Volgens Gender Clinic News laat dit zien dat behandelaars prioriteit moeten geven aan de psychiatrische problematiek, i.p.v. aan de genderdysforie.
Laurens van der Tang, voorzitter van Bijbels Beraad MV, noemt is dit “een nogal dodelijk rapport voor aanhangers van het Dutch Protocol”.