Laat ons wederkeren tot de Heere! Moet er geen oproep zijn tot boete (zie Amos 6)?
Ik denk dat achter deze vraag een zorg schuil gaat over een bepaalde vlakheid in onze beschouwingen. We kunnen praten over wat goed en niet goed is zonder er echt bij stil te staan dat het niet-goede zonde is. En we kunnen over zonde praten zonder te beseffen dat het gaat om zonde tegenover God.
Als we dat echt beseffen, dan kunnen en willen we niet anders dan zoeken naar belijdenis en bekering, vergeving en verandering. Dat geldt voor iedere zonde, hoe ‘klein’ ook. Er mag geen zonde zijn die we aan de hand willen houden, want iedere zonde is een afwijking van God. Iedere afwijking vraagt om terugkeer.
Dat geldt persoonlijk, maar ook in breder verband. Dat zie je veel in de profeten (je doelt denk ik op Hosea 6). Zij riepen het volk en de geestelijke leidslieden op tot boete, tot inkeer, tot terugkeer. Daar is nu ook alle reden voor. Immers, van veel zonden geldt dat we gezamenlijk zijn afgeweken.
Bij zo’n oproep moet je er wel voor oppassen, dat je niet stiekem je eigen zonde vergeet en vooral afkeurend praat over de zonde van anderen. Er is geen oprechte oproep tot wederkeer zonder persoonlijke praktijk van wederkeer.
Literatuursuggestie(s):
- https://www.bijbelsberaadmv.nl/2026/01/09/zonder-verzoening-is-het-leven-naar-gods-geboden-leeg/
- https://www.bijbelsberaadmv.nl/2025/10/30/de-toerusting-in-kerken-schiet-tekort-tijd-voor-reformatie/
- https://www.bijbelsberaadmv.nl/2025/05/30/echte-opwekking-kan-niet-zonder-bekering/