Vaders blijken een belangrijke invloed te hebben op de fysieke gezondheid van de kinderen. Dit blijkt uit onderzoek van de Pennsylvania State University. Onderzoekers observeerden de interacties tussen vaders, moeders en kinderen als het kind 10 maanden, 2 en 7 jaar was. Als vaders meer interactie hadden met hun kind op de leeftijd van 10 maanden, waren er later minder gezondheidsproblemen (zoals met hart, stofwisseling of bloedsuikerspiegel). Ook hadden deze vaders vaker problemen met de opvoeding van hun kind.
Dit onderzoek impliceert dat afwezige vaders (door echtscheiding of anderszins) een negatieve invloed op de gezondheid van hun kinderen hebben. Het onderzoek pleit er dus voor om het klassieke gezin te beschermen.
Albert Mohler voegt er nog aan toe dat het interessant is dat de onderzoekers onomwonden over vader en moeder spreken en hierbij geen vage definitie hanteren. Dat is een verademing in een tijd waarin ‘zwangere mensen’ de norm zijn geworden.