Is het niet zo dat de ontwikkelingen rondom seksuele identiteit al eeuwen aan de gang zijn (uitgezonderd geslachtsverandering), maar nu zij de kerk meer binnenkomen, we ineens een soort verlegenheid gaan ervaren en het als ‘nieuw’ gaan zien?
Het nieuwe bij de huidige verwarring is dat we het bestaan en de stem van onze Schepper negeren. Moeite met geslachtelijkheid bestond reeds in de vroege kerk. Wel was dat met een andere focus dan tegenwoordig: mannen die geen seksuele gevoelens wensten en zo helemaal uit verzoeking wensten te blijven. In de vierde eeuw verbood de kerk castratie als een gewelddadige overtreding tegen Gods scheppingsorde. Seksuele zonden zijn iets van alle tijden, van ontrouw tot pedofilie. Echter, tot ver in de twintigste eeuw waren er maatschappelijke normen en wetten die deze zonden verboden of ontmoedigden. Door de seksuele revolutie van de jaren zestig werden vrije seks en alternatieve vormen van seksualiteit genormaliseerd. Dat raakte vanaf de jaren zeventig en tachtig de grote kerkverbanden, die in zekere zin volkskerken waren. Als hetzelfde probleem in de eenentwintigste eeuw ook onze reformatorische kerk binnenkomt en ‘normaal’ raakt, dan betekent dit dat we het Woord van God in schepping en Schrift verlaten hebben en leven volgens eigen inzichten.