Een artikel van Cornell University uit 2015 beweert dat het welzijn van kinderen met ‘homoseksuele ouders’ vergelijkbaar is met kinderen van heteroseksuele echtparen. Van de 79 onderzoeken die zij bekeken waren er 75 die geen verschil zagen. De vier resterende onderzoeken zagen dat het welzijn van kinderen bij homoseksuele relaties slechter waren, maar dit zou te wijten zijn aan de echtscheidingen waarmee deze kinderen geconfronteerd werden.
Stichting Them Before Us vroeg zich af of deze feiten klopten. Nu beweren ze op Life Site News dat dit niet zo is. Volgens hen hebben die 75 studies vier ernstige tekortkomingen.
- Deelnemers wisten wat het doel van het onderzoek was.
- Deelnemers werden gerekruteerd via netwerken van vrienden of belangenorganisaties en geven dus geen gemiddeld beeld van de populatie ‘homoseksuele ouders’.
- Gemiddeld ging het om steekproefgroottes van nog geen 40 kinderen, waardoor vrijwel geen significante verschillen gevonden konden worden.
- Het onderzoek betrof meestal rapportage door de ouders en niet door het kind zelf.
Deze vier bezwaren worden in dit artikel uit 2015 ‘A Review and Critique of Research on Same-Sex Parenting and Adoption’ uitgebreid onderbouwd. Richard P. Fitzgibbons bespreekt in zijn artikel uit 2015 allerlei onderzoeken die wel nadelige invloeden aantonen van het opgroeien met ‘homoseksuele ouders’.
Onderzoek gezondheid van jongeren
Een onderzoek op basis van de dataset van het Amerikaanse National Longitudinal Study of Adolescent Health is in dit kader nog een mooie illustratie. De onderzoekers Wainright en Patterson concludeerden geen verschil te zien in welzijn tussen kinderen van ‘homoseksuele’ en heteroseksuele ouders.
Zij maakten in hun onderzoek echter een fout. De deelnemers verkeerd ingedeeld door tieners te coderen als zijnde van “lesbische ouders” als hun moeder zich als lesbisch identificeerde – zelfs als de tiener nooit met twee vrouwen had samengewoond.
Toen dr. Paul Sullins de dataset hercodeerde, bleven er van de 44 slechts 12 over die door twee vrouwen werden opgevoed. Deze kinderen vertoonden meer depressieve symptomen, meer dagelijkse angst/huilbuien, minder autonomie, meer angst en iets hogere schoolresultaten. Het verschil werd nog groter als de homoseksuele of lesbische ouders met elkaar waren getrouwd. Bij deze groep waren de klachten nog erger.
Conclusie
Het welzijn van jongeren met lesbische of homoseksuele ouders is niet beter dan degenen die opgroeien in een stabiel gezin van één man en één vrouw. In de meeste gevallen zelfs slechter.