In september werd Bill Whatcott door een Canadese rechtbank schuldig bevonden aan haatzaaien jegens homoseksuele mannen vanwege flyers die hij tien jaar geleden tijdens een ‘pride’-evenement in Toronto had verspreid. Whatcott zou tot zijn vonnisuitspraak op 16 december op vrije voeten blijven, maar kreeg 24 uur de tijd om zijn paspoort in te leveren. In plaats daarvan stapte Bill onmiddellijk in zijn auto en reed naar de VS. Daar deed hij wat nodig was voor een formele asielaanvraag.
Persoonlijke spullen die een vriend bij de grenspost afleverde, moest hij vervolgens zelf ophalen. Vervolgens werd Whatcott door de grenswachters gearresteerd. Nu zit hij opgesloten bij de Amerikaanse immigratiedienst ICE en wacht op uitlevering.
MassResistance, de organisatie die zijn zaak steunt stelt dat Whatcott zich in een absurde situatie bevindt. Hij zit gevangen voor iets wat in Amerika geen misdrijf is en voor een onderwerp waarvoor geen uitleveringsplicht bestaat. Hoewel Whatcott onorthodox is in zijn benadering van de homobeweging, is dat nog iets heel anders dan hem te beschuldigen van haat. In zijn spreken en handelen heeft hij overduidelijk het eeuwig welzijn van deze mensen op het oog.