Wat vinden jullie van vrouwelijke partijleiders? Wat zou de rol van de vrouw hierin moeten zijn? Hoe kunnen jullie dit vanuit de Bijbel kunnen uitleggen?
Tot in de twintigste eeuw bestonden er geen vrouwelijke politici. De socialistische Susanna Groeneweg werd in 1918 gekozen als eerste vrouwelijke parlementslid in Nederland. Het duurde tot 1956 voordat de eerste vrouw, in de persoon van Marga Klompé tot minister benoemd werd. Vrouwelijke partijleiders kwamen in ons land niet voor totdat Ria Beckers het leiderschap bij de PPR overnam (1977).
Tot in de twintigste eeuw geloofden christenen niet dat vrouwen leidinggevende functies mochten bekleden in het openbare leven. De Bijbel leert dat het ongepast is als vrouwen leiderschap over mannen uitoefenen (1 Timoteüs 2:12). Calvijn vond dat regering door vrouwen op gespannen voet staat met Gods natuurlijke openbaring en de bedoelde positie van de vrouw. De profeet Jesaja ziet het als een vloek over het land als het door vrouwen of kinderen geregeerd wordt (Jes. 3:10-12). Als God het toch toeliet, moest dat gezien worden als een oordeel over de mannen van die tijd. Hulda en Deborah waren daarvan voorbeelden. Hij schrijft (in zijn commentaar op 1 Korintiërs 14 en brief 138 aan John Cecil) met nadruk dat in elke samenleving die streefde naar wat volgens de natuur gepast is, in alle eeuwen vrouwen zijn uitgesloten van openbare leidinggevende functies. “Het gezonde verstand dicteert dat vrouwenregering ongepast en schandelijk is.” Anders dan John Knox, die regering door vrouwen onwettig vond, zag Calvijn in de troonsbestijging van de protestante koningin Elizabeth de hand van God. Niet omdat het principieel goed was, maar omdat God ondanks de nalatigheid van mannen, Zijn werk voortzette.