De afgelopen week heb ik met een van onze kinderen wat tijd in het ziekenhuis doorgebracht. Het verbaasde me dat het er nog steeds volhangt met regenboogposters, ondanks de uitspraak van het Engelse Hooggerechtshof. Dat besloot vorig jaar dat met het woord ‘vrouw’ in de wet gelijke behandeling, biologische vrouwen worden bedoeld.
Zelfs het vrouw-kindcentrum ontkomt niet aan de grip van de regenboog-lobby. Naast de kinderafdeling vind je daar bijvoorbeeld ook de prenatale zorg, de verloskamers en de kraamafdeling. Dé plek speciaal voor vrouwen en kinderen, zou je zeggen. Maar de vele opdringerige posters die in heel het centrum aan de muur hangen, laten blijken dat vooral “LGBTQIA+ women” welkom zijn. Ik voelde me bijna een indringer.
‘Wat kan LGBTQIA+ women uberhaupt betekenen in de context van een vrouw- kindcentrum?’, vroeg ik me af. Mannen kunnen geen kinderen krijgen, de T van Transgender kan dus niet staan voor zogenoemde transvrouwen. Vrouwen die door het leven gaan als mannen, kunnen wel zwanger worden, tenminste, als de kunstmatige testosteron hen nog niet onvruchtbaar heeft gemaakt en ze hun baarmoeder niet hebben laten verwijderen.

Dit verwelkomen van LGBTQIA+ women betekent in de praktijk vooral dat taal ‘inclusief’ gemaakt wordt. Dus niet ‘moeders’ maar ‘birthing parents’ (barende ouders), niet ‘vrouwen’ maar ‘women+’ (vrouwen+), en niet ‘borstvoeding’ maar ‘infant feeding’ (baby voeding) of ‘chestfeeding’ (borstkas voeding). Dit alles om de gevoelens van ‘women+’ te beschermen. Dat dit wellicht beledigend is voor alle andere vrouwen in het centrum, doet even niet ter zake.

Dit beleid is uitgebreid doorgevoerd. In de welkomsthal, naast de ingang van het vrouw- kind- centrum van het ziekenhuis staat een afgeschermde ruimte waar je kunt kolven, of je kindje rustig kunt voeden. Op de buitenkant staat dan zowel ‘breastfeeding’ als ‘chestfeeding’, alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Je zou daar maar rustig zitten te voeden terwijl er een vrouw met een baard binnen zou kunnen komen om haar kindje aan haar behaarde borst te leggen.
Nu gaat mijn hart uit naar de vrouwen die zo met zichzelf in de knoop zitten. De mentale pijn en de verwarrende gevoelens die een vrouw ervaart wanneer ze zich enerzijds man voelt – of in ieder geval niet vrouw – maar anderszijds toch graag zwanger wil worden, kinderen wil baren en die zelf wil voeden, moeten enorm zijn. De confrontatie met de realiteit kan niet anders dan extreem ongemakkelijk zijn.
Waar ik meer moeite mee heb, zijn de eisen van transgenderactivitisten die vanwege deze verwarrende gevoelens van enkelingen alle vrouw-eigen woorden uit de taal willen verwijderen. Iemand die een kind baart is een moeder, hoeveel testosteron ze ook slikt.
Is de Bijbelse weg niet: sympathie voor hen die lijden en tegengas aan hen die leugens verspreiden (1 Thess 5:14)? Dit is niet eenvoudig, maar wel nodig om meer lijden te voorkomen.
Willemien Gunnink-Janssen woont met haar gezin in Engeland. Haar man is predikant.