Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) heeft een zaak die de christelijke ouders Daniel en Bianca Samson tegen Zweden hadden aangespannen, niet-ontvankelijk verklaard. Dit meldt ADF International. De ouders probeerden via het Hof de voogdij over hun dochters terug te krijgen, omdat hun ouderlijke rechten ernstig waren geschonden. De beslissing tot niet-ontvankelijkheid is definitief en kan niet worden aangevochten. Advocaten van ADF International bestuderen de uitspraak nu samen met de ouders en bekijken welke vervolgstappen mogelijk zijn.
De twee oudste dochters van het gezin Samson werden in december 2022 door de staat uit huis geplaatst nadat de oudste op school een valse melding had gedaan over het feit dat haar ouders haar geen telefoon wilden geven en geen make-up wilden laten dragen. Dit leidde tot beschuldigingen van “religieus extremisme”, hoewel ze haar melding al snel introk. De dochters zijn sinds december 2022 van hun ouders en van elkaar gescheiden, ondanks dat de staat geen bewijs van misbruik heeft gevonden.
Guillermo A. Morales Sancho, juridisch adviseur van ADF International, schrijft in een reactie: “Ouders hebben de primaire verantwoordelijkheid en het recht om hun kinderen op te voeden. Wanneer de staat zich bemoeit met het gezinsleven op basis van op waarden gebaseerde opvoedingskeuzes of discriminatie op grond van geloof, staan fundamentele vrijheden op het spel.”
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft de zaak niet-ontvankelijk verklaard omdat de rechtsmiddelen in Zweden niet waren uitgeput, ondanks de beoordeling van het juridische team dat er geen verdere mogelijkheden voor beroep in eigen land meer waren.
Het Hof gaf specifiek aan dat het geen kennelijke schending zag van het recht op respect voor het privéleven onder het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Het suggereerde verder dat kwesties met betrekking tot de vrijheid van godsdienst aan nationale rechtbanken kunnen worden voorgelegd, een optie die de Samsons nu mogelijk zullen overwegen.