De kerstvakantie is afgelopen. De kinderen zijn weer naar school. We hebben een heerlijke vakantie gehad. We vierden kerst hier in Engeland, met onze kerkelijke gemeente. We ontmoetten vrienden, maar we waren vooral veel dagen lekker thuis.
Als je zo met z’n zessen de hele dag thuis bent, dan wordt het snel een chaos. Speelgoed overal. De tafel vol knutselspullen. Schoenen en jassen op de vloer in de hal. Om het een beetje leefbaar te houden moet je dus steeds een beetje opruimen.
Opruimen, als onderdeel van het huishouden, is een typisch voorbeeld van iets wat heel belangrijk is, maar nauwelijks op waarde wordt geschat. Het huishouden is een noodzakelijk kwaad en moet vooral eerlijk verdeeld worden tussen ‘partners’. Opruimen, afwassen, kleding wassen, strijken en opruimen worden gezien als minderwaardige taken waar geen eer aan te behalen valt.
Maar dat is vreemd. Want als we denken aan de weken rond Kerst en Oud&Nieuw, dan denken we toch vooral aan gezellig thuis, familie en warm bij de kachel? Maar je kunt alleen ‘lekker thuis’ zijn als het huis waarin je woont ook als een thuis voelt. Een vies en chaotisch huis voelt niet als thuis en zeker niet als gezellig; dat is een plek die je wilt ontvluchten. Zonder al die ‘saaie’ huishoudelijke taken te doen, ís er geen gezellig en veilig thuis. En er zijn maar weinig dingen fundamenteler in een mensenleven dan thuis. Als het eindresultaat zo essentieel is, waarom minachten we dan de energie, tijd en aandacht die voor dat eindresultaat zorgen?
Het liedje Thuis, van Elly en Rikkert begint met de zin: “thuis, dat is een schone onderbroek”. Als kind vond ik dat heel grappig. Maar het is vooral ook heel erg waar. Een huis waar geen schone onderbroeken in de kast liggen is geen thuis.
Opruimen is orde scheppen in chaos. Ook daarin laten we zien dat we beelddragers van God zijn. Voor iemand die geneigd is om dingen te laten slingeren, en soms met frisse tegenzin opruimt, is dat een hele troost.